Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET DUITSCHE OPERATIEPLAN

43

liet Oostfront aanwezigen Russische — verdedigingswerken anders zou- zijn toegegaan. Maar al was men daarvan stellig overtuigd, dan was het Wék in elk geval uit een moreel oogpunt een absurditeit, te zeggen: het zal daar te lang duren, laat ons daarom de onzijdigheid van Luxemburg en België schenden!

In Moltke's plan zou Duitschland op zijn Westfront, dat eveneens van vestingwerken voorzien was, den aanval van Frankrijk hebben afgewacht. Maar Frankrijk had het moderne zware geschutaog niet en zou dus zeker ook niet zoo heel spoedig in de verovering dier versterkingen geslaagd zijn. Het spreekt ««fti zelf, dat er een voldoende macht tot bewaking en verdediging van het Duitsche Westfront, óók aan den Rijn, beschikbaar moest blijven. Moltke's vertrouwen op de passieve kracht en het weerstandsvermogen van dat front kan niet misplaatst geweest z$K£ifi

De Elzas en Lotharingen waren dan ook door Duitschland bestemd en ingericht voor een krachtige verdediging.

Voor den Elzas vormt de Rijn een natuurlijke hindernis, nog versterkt door de fortificatiën-fvattJ lftu»Breisach en Erstein. In het Noorden wordt het doordringen van een aanvaller belet door een krachtig front van den Rijn! te^dÉrVogezen, met. de werken van de verschanste legerplaat»^ Straatsburg; voorts van Molsheim en Mutzig. De Vogezen, een voor groote operatiën ongeschikt bergterrein, waren ten Zuiden van de lijn Straatsburg-Saarburg nüt versterkörfFeitelijk was de Elzas dus alleen toegankelijk uit het Zuiden; een aanvaller liep daar vast in een „cul de sac".

Ook Lotharingen was voor veld troepen niet gemakkelijk te doordringen. De permanente z.g. „MoselSteilung" was uiterst krachtig tér verdediging inge-

Sluiten