Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET FRANSCHE OPERATIEPLAN

chementvan het ae Leger — het 18e en het ge korps — ten Westen van de Moezel, ten Noorden) van Toul. Het gros van het ie Leger zou van Eptn&l over Baccarat naar Saarburg rukken, dat van het ae Leger van Nancy over Ctöteau-Salins naar Morhange (Mörchingen).

2. Het 5e Leger en het Cavalerie-korps Sordet moesten optreden ten Noorden van de lijn VerdunMetz, tusschen Verdun en de Belgische grens, en oprukken naar Diedenhoven en ten Noorden daarvan.

Het 3e Leger moest de verbinding vormen tusschen deze strijdkrachten en de legers in Lotharingen.

3. Het 4e Leger, aanvankelijk als reserve opgesteld in tweede Unie, moest zich gereed houden om, hetzij naar het Noorden, hetzij naar het Zuiden tot steun der andere legers op te rukken.

4. De ie en de 4e groep reserve-divisiën zouden ageeren respectievelijk op den uitersten rechter vleugel in de omstreken van Vesoul, en op den uitersten linker vleugel van het front, in den omtrek van Vervins. Beide groepen waren, zooals in Bijlage III vermeld is, ter beschikking van den opperbevelhebber,

Het operatieplan beoogde mitsdien een beslist offensieve handeling zoowel met den rechter vleugel in Lotharingen en den Elzas, als met den likker vleugel in de streek benoorden Diedenhoven.

Maar Joffre schrijft dat „1'ideé maitresse" van het operatieplan was — gelet op de kracht van het Duitsche leger en het aantal zijner gevechtseenheden — geen veldslag te beginnen, dan met het totaal der strijdkrachten, goed samenhangend gerangschikt en in onderling verband. Het voorbarig, vóór de vereeniging van de hoofdmachten**» gevecht brengen van geïsoleerde elementen, zou ten gevolge kunnen hebben dat deze afzonderlijk geslagen werden.

Sluiten