Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

66

STRIJDKRACHTEN EN OPERATIEPLANNEN

hetzij de uit Metz-Diedenhoven gedeboucheerde vijandelijke troepen op die plaatsen terug te werpen;

hetzij een begin van insluiting voor te bereiden van de vesting Metz, op het Westelijk en het Noordwestelijk front.

Het moest daarbij steunen op de „Hauts de Meuse", waarvan het zich het bezit' moest verzekeren. Daartoe beschikte het dadelijk na aankomst over de aan dit Leger toegevoegde 3e groep reservedivisiën en over de bij het Leger ingedeelde zware artillerie om die stellingen vast te houden; terwijl die elementen daarna konden dienen voor de insluiting van Metz.

Joffre schrijft, dat de generale staf op het einde van Maart 1914 een ontwerp had vastgesteld voor de regeling van den inlichtingen-dienst, ten behoeve van de legers op het Noordoostelijk front. Daarbij was ook de eventualiteit voorzien, dat Duitsche troepen het grondgebied van België zouden schenden en waren maatregelen aangegeven om de ontwikkeling en de uitbreiding van die schending te volgen. Voor het geval dat Duitschland zijn operatiën mocht uitstrekken op den linker Maasoever, was bepaaldelijk gewezen op de noodzakelijkheid van te weten te komen of de Duitschers „une offensive brusquée" voorbereidden in de streek van Luik. Mede achtte de opperbevelhebber het van belang dat werd nagegaan of er op de Hollandsche grens Duitsche troepen verzameld werden.

Er was intusschen voor de regeling van het concentratie-vervoer een wijziging opgemaakt met de bedoeling om, indien er aanleiding voor mocht ontstaan, het uitladen der troepen zoodanig te doen geschieden, dat het zwaartepunt der legeropstelling meer naar het Noorden zou worden verplaatst. Het 5e Leger zou daarbij naar het front MézièresMouzon worden verzameld, blijkbaar met het doel

Sluiten