Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET FRANSCHE OPERATIEPLAN

71

het terrein winnen vóór den I3en dag, terwijl ze op slechts 3 dagmarschen van de Duitsche grens gelegen waren; dat het 5e Leger zd. tegen wil en dank genoodzaakt zou zijn zich tot de verdediging te bepalen langs de Maas aan den ingang der bosschen. Voorts, dat een offfensief naar Neufchateau alleen doeltreffend zou zijn, indien de Duitsche rechtervleugel gericht was op Sedan, doch dat de terreingesteldheid op dit gedeelte van het front ook zeer veel kans aanbood, dat die vleugel op Givet en noordwaarts daarvan gericht zou zijn.

Lanrezac ondervond met teleurstelling dat Joffre aan zijn rapport hoegenaamd geen waarde hechtte. Toch zou de toekomst hem recht doen wedervaren en zelfs zijn verwachtingen nog verre overtreffen. Hij hield zich overtuigd, dat de Duitsche legers zich tusschen Metz en Straatsburg defensief zouden gedragen en benoorden Metz offensief zouden vooruitdringen. Of zij de lijn Maas-Sambre al dan niet zouden overschrijden, achtte hij onzeker; om België over te halen tot een compromis, konden ze misschien den opmarsch zoodanig regelen, dat zij tusschen Namen en Givet de Maas zouden passé eren, om door de „trouée van Chimay" de bronnen van de Oise, het begin van den grooten weg naar Parijs, te bereiken.

In elk geval duchtte hij van Joffre's plan groote gevaren. Het „stoute offensief", daarin voor de Fransche legers beoogd, kwam hem voor in meer dan één opzicht niet vrij van bedenking te zijn. En zeer stellig keurde hij het af, dat er met bijna de helft van de actieve strijdkrachten een offensief moest worden ondernomen in Lotharingen en den Elzas. Dit voornemen van den opperbevelhebber noemde hij de hoofdfout van diens operatieplan. Hij motiveert dit breedvoerig, o.m. door te wijzen op de groote defensieve kracht van het Duitsche

De Wereldoorlog

7

Sluiten