Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

74

STRIJDKRACHTEN EN OPERATIEPLANNEN

nemingen. En het is daarom minder juist te zeggen, dat het plan van Joffre, in strategischen zin, een „offensief plan" was. Het was, zooals Lanrezac het wederom zeer juist zegt, niet meer dan een plan om het Duitsche offensieve operatieplan te beantwoorden met een tegen-offensief.

Maar dan schijnt ook de officieel voorgenomen opstelling der Fransche legers onderhevig aan zeer gewichtige .bedenkingen. Niet . alleen generaal Lanrezac, maar ook generaal Legros wijst er op, dat het meer doeltreffend geweest ware, op den rechter vleugel, voor eeü'beperkt aantal, troepen , een offensief in Lotharingen en den Elzas voor te schrijven, en voorts een zeer groot gedeelte der mobiele macht op enkele goed gekozen en /bijzonder geschikter punten tegenover de Belgische grens bijeen te houden, gereed om zich op de Duitsche legers te werpen, wanneer die de grens zouden naderen of overschrijden. Daarbij had natuurlijk ook op de Engelsche hulptroepen gerekend kunnen worden.

Daarom wordt het ook een fout geacht van de Fransche regeeringen, dat de gelegenheid om tegen het doordringen des vijands, vooral in NoordFrankrijk, steun te vinden in de kracht van duurzame versterkingen zoo goed als geheel ongebruikt gelaten werd. i

De vesting Rijssel was sedert langen tijd verwaarloosd en op het punt van gedeclasseerd te worden. Maubeuge was — volgens Legros — „archaïque, insuffisamment armée, en voie de réfection, incapable d'une longue résistance." Lanrezac voegt daarbij, dat Maubeuge door de Duitschers gemakkelijk vermeden kon worden en aan het voortrukken der aanvallers geen ernstige beletselen in den weg zou leggen. Givet was als vesting zonder eenige andere waarde, dan om

Sluiten