Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET FRANSCHE OPERATIEPLAN

75

misschien strooptochten van vijandelijke cavalerie op te houden. Ditzelfde geldt voor de forten van Hirson en des Ayelles. Al die versterkingen dateerden uit den tijd vóór de invoering der moderne springmiddelen en waren bewapend met vuurmonden van meer dan veertig jaar geleden.

Ook de kranige generaal Galliéni — die op 24 April 1914, wegens het bereiken van de" grens van leeftijd, had moeten aftreden als commandant van het-ïfeieger en toen opgevolgd was door vorengenoemden generaal Lanrezac—wijst er op, in zijn nagelaten en door zijn kinderen uitgegeven „Mémoires", dat zijn onderzoekingen en studiën hem tot de overtuiging geleid hadden, dat het offensief der Duitschers door België zich veel verder naar het Westen zon uitstrekken, dan in het Fransche operatieplan subsidiair werd aangenomen. Longuyon. Sedan en Hirson konden z.i. het eerste objectief der Duitsche operatiën vormen. Het 5e Leger was onvoldoende sterk en ook niet juist geplaatst om daaraan weerstand te kunnen bieden. Hij had daarop in officieele rapporten gewezen en ook de noodzakelijkheid betoogd, om Maubeuge te versterken tot een krachtig bruggenhoofd in eerste linie, op de Sambre. Hij betreurt dat aan zijn adviezen, vooral aangaande wijzigingen in het concentratieplan, geenerlei gevolggegevenis»Denoodlottige uitkomsten van die nalatigheid zullen nader blijken.

Den zöen Augustus 1914 werd Galliéni in actieven dienst hersteld en benoemd tot „gouverneur militaire" van Parijs. De hoogst energieke en bekwame wijze, waarop hij die functiën vervuld heeft — en waaraan Frankrijk naar onze meening, in hoofdzaak zijn redding en ten slotte zijn overwinnng te danken heeft — zal nader worden besproken. Voorshands bepalen wij ons er toe — in verband met hetgeen wij hiervoren aanteekenden omtrent

Sluiten