Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET ENGELSCHE EXPEDITIE-LEGER

8l

Elke divisie beschikte over: i escadron cavalerie (huzaren); g batterijen veld-artillerie; 3 houwitser-batterijen en i zware batterij.

Dit materieel was van middelmatig gehalte en te zwaar om gemakkelijk beweegbaar te zijn.

De uitrusting met munitie was onvoldoende.

De Cavalerie-divisie stond onder het bevel van den generaal-majoor Allenby.

Zij telde 5 brigades; elke brigade had 3 eskadrons. Bij deze divisie waren 5 rijdende batterijen ingedeeld. !

De sterkte van het Engelsche hulpleger bedroeg aanvankelijk totaal 70 a 80.000 man. Ze werd later opgevoerd tot ongeveer 130.000 man.

Wij moeten er in 't bijzonder de aandacht op vestigen, dat het Engelsche expeditie-leger een zelfstandig geheel vormde. De opperbevelhebber French stond niet onder het commando van den Franschen generallissimus Joffre. Hij "had dezen dus niet te gehoorzamen of zijn bevelen te vragen. Zij hadden met elkaar in onderling overleg te overwegen en te beslissen welke operatiën of oorlogshandelingen de Engelsche troepen zouden ondernemen of uitvoeren. Het spreekt echter van zelf, dat de Engelsche veldmaarschalk daarbij het gemeenschappelijk doel en belang in het oog moest houden, ett-*^ waar mogelijk — inschikkelijkheid tegenover Joffre's wenschen en verlangens behoorde te betrachten.

Deze uit een militair oogpunt eigenaardige verhouding was natuurlijk een tegemoetkoming aan Engeland's eigenliefde, die moeilijk kon dulden dat het nationale leger onder vreemd commando zou moeten ageer en. Zij was echter zeer stellig in strijd met het belang van de operatiën tegen den gemeen-

Sluiten