Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

82

STRIJDKRACHTEN EN OPERATIEPLANNEN

schappelijken vijand, en er zijn dan ook ernstige bezwaren uit voortgevloeid. Te elfder ure, in de laatste periode van den oorlog, toen deze al meer dan 3 jaar geduurd had, is Engeland's trots voor de eischen eener rationeele, eenhoofdige bevelvoering gezwicht, en is de toenmalige commandant van het Engelsche hulpleger, veldmaarschalk Haig, direct onder de bevelen van den Franschen generallissimus gesteld.

De vraag waarom het Engelsche expeditieleger niet ontscheept is, in plaats van in Fransche havens, in de meer nabij het oorlogsterrein liggende Belgische havens, als Ostende, Zeebrugge en vooral Antwerpen, is beantwoord in het Engelsche officieele Verslag omtrent den oorlog. Men Wilde namelijk de troepen niet in België doen landen, omdat daarbij Jbet gevaar voor belemmering of stoornis door de Duitsche vloot niet vermeden kón worden. Zooals kapitein Ronduit terecht opmerkt in zijn tweede opstel over den Duitschen opmarsch door België, „van een preventief optreden van Engeland kon zoover Noordelijk op het West-Europeesche operatietooneel niet zooveel uitgaan." In een latere periode van den oorlog, in October 1914, zijn echter de troepen van de 7e Engelsche divisie en een cavalerie-divisie te Ostende en Zeebrugge ontscheept; het transport ter zee was toen evenwel beschermd door een mijnenveld.

Antwerpen was van Engelsche zijde reeds in 1906 als haven voor de ontscheping afgekeurd, omdat het transport daarheen omvangrijker, meer tijdroovend en minder goed verzekerd zou zijn. Om de Schelde te kunnen opvaren, had men vooraf de neutraliteit van Nederland moeten schenden en het fort bij Vhssingen — als het gereed was — onschadelijk moeten maken.

Reeds in 1906 en later in 1912 is door Engelschei

Sluiten