Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

I0O STRIJDKRACHTEN -W OPERATIEPLANNEN

hebben uitgemaakt en eerst veel-later aan het Departement van Buitenlandsche Zaken bekend geworden zijn. Dat alles is misschien wel de „officieele waarheid." Maar het is stellig onaannemelijk, dat de chefs van den generalen Staf aan de ministers van oorlog over die besprekingen — blijkens onze bijlage IV uitvoerige, schriftelijke rapporten zouden hebben ingediend — en eveneens dat een minister van oorlog bevelen tot het voeren van die onderhandelingen zou hebben gegeven — indien de Belgische regeering, als zoodanig, daarvan onkundig gebleven ware.

De Thomasson beroept zich er op, dat het overleg in 1906 tot geen resultaat zou hebben geleid, omdat het in 1912 werd hervat. Daarmede bewijst hij echter niets,' Want tusschen 1906 en 1912 was er overal, ook op militair gebied, heel wat veranderd. Juist uit de hernieuwde onderhandelingen — natuurlijk tusschen andere personen—blijkt,duidelijk het feit, dat er wel degelijk een officieele, zij 't geheim gehouden, bedoeling aan ten grondslag lag.

Waar de Thomasson schrijft over het document, betreffende het onderhoud tusschen generaal Jungbluth en overste Bridges (Bijlage IV B, hierachter), zegt bijt „Aucun document ne pourrait justifier d'une facon plus claire la loyauté avec laquelle le Gouvernement du Roi a rempli ses obligations internationales," erkennen wij gaarne, dat niet gebleken is, dat België officieel te kort geschoten is in het loyaal vervullen van zijn onzijdigheidsverplichtingen. Maar dit belet niet, dat er onder dé roos wel degelijk met Engeland afspraken gemaakt kunnen zijn, en ook inderdaad gemaakt zijn.

Ook ten opzichte van Frankrijk blijkt niets van officieel overleg van de zijde van België of omgekeerd,voor een gezamenlijke actie tegen Duitschland.

Sluiten