Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

112 STRIJDKRACHTEN EN OPERATIEPLANNEN

naar het punt of de punten, waar een vijandelijke poging tot overtocht dreigt te geschieden of reeds geschied is; en dan die poging verijdelen of den reeds over de rivier getrokken vijand onverwijld aangrijpen en op de rivier terugwerpen. Aan de Maas was de toestand daarvoor uitermate gunstig, doordien aldaar twee krachtig versterkte, zij 't niet meer in alle opzichten moderne, versterkte plaatsen

— Luik en Namen, met hun op beide Maasoevers voorgeschoven gordels van forten, benevens het fort bij Hoeij — beschikbaar en bestemd waren. Indien het veldleger tijdig in dezen zin opgesteld geweest ware, zouden de Duitschers stellig niet zoo spoedig geslaagd zijn in hun overrompeling van het neutrale België. En zeker zou dat nog veel minder hebben kunnen gelukken, indien er inderdaad vijf Fransche legerkorpsen waren toegesneld om België in zijn verweer tegen den indringer te helpen en te steunen. Of die hulp tijdig, vóór de eerste vijandelijke onderneming van Duitsche zijde, aan de Maas had kunnen zijn, kan in het midden blijven, nu België er niet om gevraagd heeft en zelfs ontkend wordt, dat ze is aangeboden.

Maar de normale, logische gang van zaken, bij volle eerbiediging door België van zijn internationale verplichtingen, had kunnen en moeten zijn, dat een poging van Duitschland om België, met schending van zijn onzijdigheid, met geweld binnen te dringen, aan de Maas ware gestuit op krachtig verzet van het Belgische veldleger, gesteund door de aanwezige duurzame verdedigingswerken en

— zoodra mogelijk — door afdoende hulp van de zijde van Frankrijk, met 5 of meer legerkorpsen.

Deze meening vindt ook steun in een belangrijk werk van den Nederlandschen generaal-majoor A. Hoogeboom, dat als leerboek voor onze aanstaande officieren dient. Hij noemt daarin de Maaslinie „een

Sluiten