Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET BELGISCHE OPERATIEPLAN

afgesneden zou zijn van Antwerpen, omdat het, onder bescherming van de forten van Luik of Namen, de komst zou kunnen afwachten van den anderen oorlogvoerende, die hulp zou komen bieden. Zelfs een insluiting van het leger in de bruggenhoofden op de Maas zou niet erg zijn, want de andere oorlogvoerende zou die komen opheffen.

Men zal misschien meenen dat laatstbedoelde uitingen van Brialmont, gelet op het voorgevallene in 1914, te ver gaan. Het spreekt echter van zelf dat die generaal daarbij aannam, dat de geretrancheerde kampen van Luik en Namen nog zouden beantwoorden aan de eischen des tijds, zooals zij deden, nadat ze door hem waren ontworpen en aangelegd. Dat ze dit in 1914 niet of niet meer ten volle deden, is geen reden om de strategische beginselen, door Brialmont ontwikkeld, onjuist te noemen. België had kunnen en moeten zorgen, dat de opstelling van zijn veldleger aan de Maas naar behooren geschieden kon en in de bruggenhoofden Luik en Namen den vereischten steun kon vinden.

De juistheid van het beginsel, dat het Belgische veldleger, ingeval van bedreiging uit het Oosten, de Maas behoort te verdedigen, stond voor Brialmont als een paal boven water.

In de tweede plaatst wijzen we er op, dat generaal de Rijckel, in het hoofdstuk „Les projets d'opérations éventudles," onder 3e, „contre 1'Allemagne," volkomen juist beredeneert en omschrijft, dat en waarom een schending der Belgische onzijdigheid absoluut niet tengevolge moet hebben,dat ook de neutraliteit van Nederland, in Limburg, zou worden geschonden. Voorts dat het voor Duitschland volstrekt geen noodzakelijkheid is, dat een inval in België, gepaard zou gaan aan het bezetten van Hollandsch Limburg; „cette assertion ne supporte pas Texamen." Holland zou elke vreemde

Sluiten