Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

120 STRIJDKRACHTEN EN OPEIUTrEPI^NEN

En dan kon Engeland immers in Nederlandsche havens troepen ontschepen en, in vereeniging met het Nederlandsche en het Belgische legér, verder tegen Duitschland opereeren! Duitschland had vijanden genoeg; het was te verstandig om ach, zonder noodzaak, nog ons land als zoodanig er bij op den hals te halen. Dat de Selliers dit niet begrijpt of toont het niet te willen begrijpen, geeft geen hoogen dunk van zijn verstand en van zijn karakter. Blijkbaar wil die generaal nu in 't gevlei komen bij de „annexionisten", de imperialistische Belgen, die, nauwelijks ontkomen aan de noodlottige omhelzing door den Duitschen invaller, hunnerzijds intrigeeren om wederrechtelijk in het bezit té geraken van Nederlandsen gebied en brutaalweg durven spreken van „le Limbourg cédé;" wat de Selliers te hunnen gevalle overneemt.

Nu, we zullen afwachten. Voorloopig moge men in België weten, dat Nederland zich nog altijd houdt aan de oude spreuk: „let op uw saeck."1)

Volledigheidshalve merken wij omtrent het Belgische leger in Augustus 1914 nog op, dat generaal de Selliers in zijn brochure weinig verheffende mededeelingen doet, nopens de waarde van dat leger. ...

Hij schrijft namelijk, dat het toen nog midden in een reorganisatie-crisis was en ongeveer 43000 man te kort aan sterkte had. Ook was er een groot gebrek aan officieren bij de infanterie.

Verder was het Belgische leger ongeschikt voor den bewegingsoorlog, wegens „défaut d'entrainement a la marche." De wegen waren veelal bezaaid met achterblijvers; de troep liep als een „kudde.' Ransels, sjako's, uitrustingstukken werden wegge-

J) Zie voorts hierachter: XVe Hoofdstuk, onder 1.

Sluiten