Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

■afc STRIJDKRACHTEN EN OPERATIEPLANNEN

staf van het Duitsche Veldleger. Generaal Ludendorff schrijft echter in zijn „Kriegserinnerungen,*' dat de zaak onbeslist gebleven was, tengevolge van den dood van generaal Pollio, den chef van den Italiaanschen generalen staf, in Maart 1914.

Intusschen waren bevoegde Duitsche beoordeelaars omtrent de werkelijk door Italië te verleenen hulp sedert lang sceptisch gestemd geweest. Zooals nu bleek, terecht.

Generaal Dr. von Kuhl schrijft b.v. in zijn werk: „der Marnefeldzug 1914," dat graaf Schlieffen de medewetking van Italië voor de bondgenooten illusoir achtte. Hij meende dat er geen sprake zou zijn van een Italiaanschen aanval tegen Frankrijk op de Alpengrens. Beide staten zouden daar misschien een aanval wachten, die de ander niet van plan was te doen. Italië scheen hem te bang voor Engeland wegens zijn onbeschermd liggende kusten.

Het tweede directe nadeel, dat voor de Centrale mogendheden, in ft bijzonder voor Dmtechland, uit Italië's aanvankelijke neutrahteit in plaats van actieve hulp voortvloeide, was, dat Frankrijk — Zooals wij reeds aanteekenden — thans geen troepen van zijn leger voor de Italiaansche grens behoefde af te zonderen, doch integendeel zijn aldaar opgestelde afdeelingen kon indeelen op de Oostelijke grens, tegen Duitschland. Dit is na 1 Augustus 1914 dan ook spoedig geschied; zooals generaal Lanrezac trouwens, blijkens zijn geschrift, reeds vooraf kon verwachten. Italië trok zijnerzijds zijn Alpim-troepen in den loop van Augustus van de Fransche grens terug en zond die naar de Westelijke grens van Tirol.

Toch schijnt de trouweloosheid van Italië jegens zijn bondgenooten van meer dan 30 jaren een nog ernstiger karakter te hebben gedra-

Sluiten