Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE DUITSCHE INVAL IN BELGIË

143

Men kan vragen, hoe kwam de Duitsche legerleiding er dan toch toe, de legers van den rechter vleugel te concentreeren op de wijze als geschied is? Die regeling was samengesteld, ingewikkeld, kon lichten'jfcvemarring veroorzaken, moesfcarij zeker aanleiding geven tot tijdverlies voor de operatiën-en stellig tot bovenmatige inspanning en vermoeienis voor de troepen. Die regeling miste eenvoudigheid, ook voor hoogst belangrijke militaire voorbereidingen altijd het kenmerk van het ware. Heeft de Duitsche generale staf, die toch ongetwijfeld zeer bekwame officieren voor deze gewichtige taak bestemd had, niet voorzien, niet begrepen, dat die regeling in beginsel verwerpelijk was en noodlottige gevolgen kon voortbrengen ?*)

Het operatieplan van graaf Schlieffen bedoelde aanvankelijk, dat op den rechter vleugel 16 legerkorpsen als ie en ae'Leger zouden oprukken. Zooals wij reeds mededeelden, kon het aantal legerkorpsen voor deze legers in 1914 niet meer dan 12 bedragen. De luitenant-generaal Tappen, in 1914 chef van de afdeeling „Operatiën" bij den chef van den generalen staf van het Veldleger, schrijft in zijn vroeger aangehaalde brochure: „Es war dies das Aüszerste, was nach eingehenden Berechnungen dort verwendet werden konnte."

Wij komen tot de conclusie, dat het in princi-

x) Deze vraag vindt haar beantwoording in het XVe Hoofdstuk, sub. ie, hierachter. Toen wij deze vraag neerschreven, was ons nog niet met zekerheid bekend — al lag het vermoeden voor de hand — dat in Schlieffen's plan aanvankelijk feitelijk het voornemen heeft bestaan, om het ie Duitsche Leger door Limburg en Noordbrabant te doen oprukken, en dus ook de onzijdigheid van Nederland te schenden.

Dit voornemen is in latere jaren opgegeven. Maar de spoorwegregeling voor de concentratie kon, om technische redenen, niet gewijzigd worden. Men beweert dat de meer Zuidelijke spoorbanen dan overbelast geworden zouden zijn.

Sluiten