Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE DUITSCHE INVAL IN BELGIË

145

De schending der Belgische onzijdigheid was daarmede een voldongen feit.

De taak der bedoelde troepen was, zich door een „Handstreich" meester te maken van Luik en de Maasovergangen beneden die plaats. Zij'bestonden uit infanterie, cavalerie, veld-artillerie, houwitser- en mortierbatterijen en afdeelingen zware artillerie van het Veldleger. Mitrailleur-en wielrijderscompagnieën behoorden tot de infanterie. De geheels macht telde ongeveer 40.000 man en stond onder het bevel van den generaal der infanterie von Emmich, Commandant van het 10e Legerkorps. Behalve over het personeel van zijn gewonen staf, beschikte die generaal ook over de diensten van generaal-majoor Ludendorff, die zich als „Oberquartiermeister" van het ae Leger bij generaal von Emmich aansloot. De troepen van dit „Maasleger" waren samengetrokken uit onderscheidene, niet nabij de grens gelegen garnizoensplaatsen, als Rostock, Schwerin, Keulen, Hannover, Göttingen, Kassei, enz. Zoodoende kon omtrent de bestemming en de taak dezer troepen de grootste geheimhouding in acht worden genomen; terwijl desvereischt versterking uit de grensgarnizoenen mogelijk was en verschillende legerkorpsen voor het beschikbaar stellen daarvan konden worden aangewezen. Ook werd de aandacht des vijands niet ontijdig gewekt. Feitelijk waren het voornamelijk vooruitgeschoven dekkings- of bewakingstroepen, die voor den eersten aanloop op de Maaslinie werden aangewezen. Het spoorwegvervoer naar de grensstreek, dat reeds in den avond van 2 Augustus begon, kon gemakkeijk over onderscheidene lijnen verdeeld worden. De uitlading had plaats in den nacht van 3 op 4 Augustus te Herzogenrath, Altenberg, Aken, Eupen, Malmedy en Recht. In den morgen van 4 Augustus vingen deze troepen den marsch aan naar de Maas,

Sluiten