Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

146

DE KRIJGSVERRICHTINGEN

waarbij nog afstanden van 20 tot 40 a 50 K.M. waren af te leggen. De zes infanterie-brigades van 2 regimenten — eenige brigades waren ■versterkt met een 3e regiment of een jagerbataljon — met de toegevoegde onderdeden vantsartillerie, mitrailleurs, enz. en de 2 cavalerie-divisiën, die gedeeltelijk werden vooruitgeschoven en de beidnvleugels hadden te dekken, hadden dien dag meerendeels reeds een zeer zware taak. Sommige cavalerieafdeelingen bereikten de Maas; andere kwamen nog op 4 Augustus met Belgische ruiterij in aanraking of gingen over tot het beschieten, met haar artillerievuur, van een der voorgelegen forten van Luik.

Hoe was nu de toestand aan Belgische zijde ? Welke maatregelen van verweer tegen den Duitschen inval waren aldaar voorgenomen en in werking gebracht ?

Wij raadplegen daarvoor wederom het officieele „Verslag van" het Opperbevel" van het Belgische legér, waarvan we hiervoren melding maakten.

In verband met hetgeen wij reeds in het Ve Hoofdstuk van dit werk hebben medegedeeld en opgemerkt aangaande de samentrekking van het gemobiliseerde Belgische leger, brengen we in herinnering dat pain divisiën van het Veldleger op 6 Augustus 1914 vereenigd waren in den voor de concentratie gekozen vierhoek: Tienen-LeuvenWavre- Perwez. Wat het veldleger aldaar te doen had?

Telkens als het leger tegenover veel talrijker krachten zou:staan, moest het „zoover mogelijk vooruit stand houden op goede verdedigingsstellingen," die den overweldiger den weg zouden versperren, om het grootst mogelijk gedeelte van het grondgebied aan den vijandelijken inval onttrokken

Sluiten