Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE DUITSCHE INVAL IN BELGIË

?47

te doen blijven. Het zou zich zoodoende „als voorhoede der Fransche en Engelsche legers opstellen en op die stellingen wachten tot de samenvoeging met die legers kon voltrokken worden."

Uitdrukkelijk was voorgeschreven dat het Leger moest vermijden alléén een slag tegen de vijandelijke massa's te leveren en zich te laten „omringen." Integendeel, het moest altijd zorgen dat er „een aftochtslijn" bestond, zoodat een latere verbinding met de Fransche en Engelsche legers mogelijk

Een vijand die „met gelijks klachten" optrad, moest op het gunstigste oogenblik worden aangegrepen.

Nu bevond zich op 6 Augustus de 3e divisie, die Luik te verdedigen gehad had — zooals nader zal blijken — reeds „in aftocht op het gros van het leger." De Duitschers waren, met kleine afdeelingen, reeds aan en over de Maas. Zij waren nog wel niet meester van de stelling van Luik, doch men beweerde in België, dat de kans om de Maaslinie te behouden reeds verkeken was.

Het Leger moest daarom de eerste verdedigingslinie ten Westen van Luik innemen.

Als die linie beschouwde het Belgische Opperbevel het riviertje „de Gette," op twee dagmarscnen van de Maas, „verlengd met den loop der Maas tusschen Namen en Givet." Deze verdedigingslinie, zegt het Verslag, links op den Demer steunend, beschermt een groot gedeelte van het Belgisch grondgebied en zij verspert den weg aan den Duitschen aanval, zooals hij zich schijnt te veropenbaren." Bovendien beschermde hetLeger aldaar de hoofdstad Brussel, en liep het geen gevaar „van Antwerpen afgesloten te worden, dat het steunpunt uitmaakt der krijgsbewerkingen." Het Leger mocht, „wat het kosten moge, niet het waag-

Sluiten