Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

174 TlJ* KMJGSVERraCJggNGEN

operatie, zijn taak voor het bereiken^ bevorderen van het gemeenschappelijke oorlogsdoel daarom jrojstrekt nog niet als afgeloopen mocht worden beschouwd. Het begreep zeer juist daarvoor nog verder nuttig werkzaam te kunnen zijn.

Door de opstelling van het Belgische legér in de Hjn der forteniYAu de stelling van Antwerpen werd vooreerst een belangrijk deel van het grondgebied dgS'jrijks, in de provinciën Antwerpen ^ Vlaanderen, onttrokken aan bezetting door de Duitsche invallers. Voorts kon België, door zijn gedragslijn ondergeschikt te maken aan die derabjisdjg^nooten, werkdadig nog een belangrijke rol vervuilen in de «ajJdkre ontwikkeling van den krijg. Daarvoor moest allereej(8t het doel op den voorgrond staan zooveel mogeJök van 's vijands krachten te binden, deze vast fefeoyden aan de stelling van Arjfiwerpen, <»"4^oendel4e verdere uityJSiring der voorgeno«en.-^Duitsche operatiën te dwarsboomen en te bemoeUüken. Voorts kon de gelegenheid worden göj&cbt om de binnen de stelling verzameWe macht aanvallend tegen de Duitsche observatiekorpsen te doen optreden. De mogelijkheid daarvoor kon ontstaan, op een tijdstip waarop de Ijransche en Eflgfclsche legers met den vijand in belangrijke gevechten gewSkkekl:zouden zijn, of wel wanneer de „evenrejdSfcheid der Belgische en Duitsche tegenovergestelde eenheden een zulkdanigen gunstigen aanval zou toelaten".

Al dadelijk moest daarbij de eisch voor oogen gehouden worden, dat „ten allen prijze voor het leger een weg tot den terugtocht naar het Westen, werd behouden, uithoofde een latere samenvoeging te verzekeren." En tevens die, dat „de verkeerswegen van het Duitsche leger moesten worden geslecht*

De vorenbedoelde „evenredigheid" zou blijken

Sluiten