Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE OPMARSCH DER LEGERS 185

Belgische strijdmacht bestonden bij het Fransche opperbevel eenigszins vreemde inzichten.-Jésb wist niet nauwkeurig wat België tegen de schending zijner neutraliteit zou doen. Wij moesten -sïferklaarde Joffre voor de enquête-commissie — aannemen dat België zich zou verdedigen. Wij rekenden blijkbaar op de samenwerloniésimet het Belgische leger. België had forten doen bouwen, om zich tegen een Duitschen inval te verzetten. Het was natuurlijk dat het deed, wat het gedaan heeft, (sic !) „Mais sa collaboration n'était pas indiquée." En „c'étaient des eventualités qui étaientjpn»bables, mais sur lesquelles nous ne pouvions pas compter."

Generaal von Kuhl zegt, naar wij meenen. inet ten onrechte, dat het — waar in vredestijd reeds grondige besprekingen plaats hadden waarop ■ook wijgstoeger reeds hebben gewezen — moeilijk is aan te nemen, dat er nopens een gemeenschappelijk optreden en samenwerking der Belgische strijdkrachten met de Fransche en Engelsche, niets overeengekomen zou zijn. ti

Op 8 Augustus verkeerde Joffre, naar hij zelf schrijft, nog in de meening dat de hoofdmacht ■derdEHtitsche legersarerzameldrwerd rondom Metz, 3fcifeiDiedenhoven;:>eiij in Luxemburg; en dat een leger van vijf legerkorpsen op Luik aanrukte-en in aanraking was met de Belgische strijdkrachten. ■Hij onderschatte dus de -sterkte van den Duitschen omvattenden rechter vleugel, die bij het ie en het 2e Leger, ste zamen 13 legerkorpsen telde, zeer belangrijk. „De vijand zou," schijft hij, „indien Luik kwam te vallen, naar het Westen kunnen deboucheeren en zijn beweging kunnen uitstrekken tot Brussel of nog verder. Maar indien een meer langdurige tegenstand van Luik hem er toe?sns> plichtte, zou hij ook wel naar het Zuiden kunnen

Sluiten