Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

NEGENDE HOOFDSTUK (vervolg)

3. DE VERDERE OPMARSCH DER DUITSCHE LEGERS

In den aanvang van het tweede gedeehie .van het VlIIste Hoofdstuk deelden wij in 't kort mede welke de bedoelingen waren van de Duitsche legerleiding, ten opziöbte van de verdere operatèfe van het ie, het 2e en het 3e Leger, nadat de eerstgenoemde twee legers op den Westelijken oever der Maas waren overgegaan. Wij teekehden aan, dat het ie Leger, na de Belgen in de stelling van Antwerpen te hebben teruggedreven en twee reserve-korpsen tegen die stelling ter observatie te hebben afgezonden, op 19 Augustus Leuven en op 20 Augustus BrusselWaterloo bereikt had.

Het 2e Leger kwam op 19 Augustus tusschen Wavre en Namen, ter hoogte van Perwez; op den aoen zette het de omzwenking Zuidwaarts voort, tot ten Zuidoosten van Perwez. De leiding van den aanval op Namen, die gemeenschappelijk door troepen van het 2'e en het 3e Leger moest geschieden, werd opgedragen aan generaal von Gallwitz. Hij beschikte daarvoor over het garde-reservekorps en het 11e legerkorps.

Uit het Keizerlijk hoofdkwartier werd de aanwijzing ontvangen dat de commandanten van het 2e en het 3e Leger in onderling overleg den aanval moesten regelen op den ten Westen van Namen staanden vijand en op de Maaslinie Namen-Givet. Het doen optreden van sterke ravalerie-afdeelingen ten Westen van de Maas werd noodig geacht, waartoe het ie Cavalerie-korps onder den commandant van het 2e Leger werd gesteld. Er was reeds op 19 Augustus vijandelijke cavalerie, behoorende

Sluiten