Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE VELDSLAGEN IN DE GRENSGEWESTEN 209

lijk gedeeltelijk succes, niet getoond hadden de offensieve eigenschappen te bezitten, die verwacht mochten worden; zoodat men verplicht was zich te bepalen tot het defensief, gesteund door de vestingen en sterke terreinafscheidingen.

Wat het „leger van den Elzas" betreft, dit had met zijn operatie absoluut mets opgeleverd. Van het „binclen" van vijandelijke krachten was geen sprake geweest; er waren integendeel van Fransche zijde onevenredig veel troepen voor bestemd geweest. Het oordeel van Fransche schrijvers daaromtrent is dan ook beslist ongunstig. „En réalité" — zegt de Thomasson — „ces opérations d'Alsace sont stratégiquement indéfendables." Men had waarschijnlijk een politiek succes beoogd, maar de uitkomst was een moreel échec.

Ook generaal Lanrezac sclüjft dat de Franschen zich op den rechter vleugel tot het defensief hadden moeten bepalen; ze hadden dan 3 of 4 legerkorpsen van daar naar hun zeer bedreigden linker vleugel kunnen overbrengen. Men beschikte nu, naar ook de Thomasson berekent, bij het ie en het 2e Leger over 100.000 man méér dan de Duitschers tegenover hen konden stellen. Deze hebben dus het beginsel geëerbiedigd om de krachten te sparen voor het beslissende doel, maar dat beginsel is door de Franschen verwaarloosd. Dit is, zegt de Thomasson, een kapitale fout, van strategisch gewicht.

Waar wij in de voorgaande Hoofdstukken van dit werk, vooral om moreele redenen onze besliste afkeuring hebben uitgesproken over het Duitsche operatieplan — zooals het met eenige wijzigingen naar von Schlieffen's ontwerp in 1914 toegepast geworden is — zien wij in de zoo even geschetste ongunstige uitkomsten van de Fransche offensieve operatiën in den Elzas en in Lotharingen,

Sluiten