Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE VELDSLAGEN IN DE GRENSGEWESTEN 221

sterkte van het 5e Leger vrij wel dezelfde. De chefs en de troepen moesten elkaar nu nog leeren kennen, toen men den vijand tegemoet rukte.

De Thomasson merkt terecht op, dat in het Fransche leger van 1914 de chefs en de staven niet „interchangeables" waren, zooals in het Duitsche leger. Bovendien was het 5e Leger verspreid, waardoor de bezwaren nog grooter wérden. Het ie legerkorps bewaakte de Maas, tusschen Namen en Givet; het 18e korps was in de streek NouvionHirson; de Afrikaansche divisiën waren bij Chimay en Phih'ppeville; het 3e en het 10e korps, met de zware artillerie, bevonden zich op het front Mézières-Mouzon. Deze troepen moesten nu over Rocroi en Mariëmburg en langs ten Westen daarvan loopende wegen naar de Sambre oprukken. Zij bereikten de hun aldaar aangewezen punten meerendeels in den avond van 20 Augustus. Het 18e legerkorps kwam eerst den 2ien Augustus bij de stad Thuin. De reserve-divisie Boutegourd, aangewezen om het ie legerkorps af te lossen aan de Maas, kwam op 21 Augustus des avonds te Dinant; zoodat Lanrezac eerst den 22en bevelen kon geven voor het gevecht. Toch was er bij den opmarsch naar de Sambre geen tijd verloren. Maar de daartoe strekkende bevelen zijn 4 of 5 dagen te laat gegeven, en de verantwoordelijkheid daarvoor rust op het groote hoofdkwartier. Zóó denkt de Thomasson er over, en wij met hem.

Het Cavalerie-korps Sordet kwam na allerlei omzwervingen en mislukte ondernemingen, des avonds van 20 Augustus aan het kanaal van Brussel naar Charleroi, waarvan het de overgangen tusschen Seneffe en Gosselies bezet hield. De paarden verkeerden in vrij wel uitgeputten toestand.

Het 5e Leger moest nu, ingevolge de algemeene instructie no. 13, overgaan tot het offensief ten

Sluiten