Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

296

KRIJGSVERRICHTINGEN

verklaarde, bedenkelijk. De linkervleugel der legers werd vastgehouden bij Nancy en Epinal, en kwam ondanks hevigen strijd geen stap vooruit. Verdun was afgesloten. Het 4e en het 5e Leger trachtten W. en Z.-waarts van Verdun uit te halen, om de achter Verdun-Toul staande Fransche troepen op te rollen, doch ook hier kwam men slechts langzaam vooruit. Er werd verwacht dat nieuwe Engelsche troepen te Ostende zouden landen en Antwerpen zouden steunen, enz.

Aan een spoedig of dadelijk te verwachten offensief van het geheele Fransche leger werd niet gedacht; uitsluitend aan een flankbedreiging uit Parijs.

De bevelen voor 6 September voor het ie Leger regelden den terugmarsch, met zwenking, naar de nieuwe opstellingen. Het 4e reserve-korps en 1 cavalerie-divisie bleven ten: Westen van de Ourcq; het 2e korps moest de streek ten N.O. van Meaux bezetten, de overige korpsen geleidelijk terruggaan.

Des nachts rapporteerde de commandant van het 4e reserve-korps dat hij bij Dammartin op een over machtigen vijand was gestuit, zoodat hij zijn troepen in den laten avond achter de Thérouanebeek had moeten doen teruggaan. Daarmede was de slag aan de Ourcq begonnen.

Het 2e Duitsche Leger was op 5 SeptembetiQi de streek van Sézanne en zou op 6 September teruggaan naar den Petit Morin, bij Montmiraü en omstreken.

Het 3e Leger had op 4 September de Marne overschreden en stond tusschen Epernay en Chalons-sur-Marne. Op 5 September hield het rustdag om op 6 September verder Zuidwaarts te rukken.

Engelschen.

Op 5 September stond het Engelsche leger, op zijn door Joffre gevraagden terugtocht naar de

Sluiten