Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VEERTIENDE HOOFDSTUK (vervolg)

3. DE SLAG AAN DE OURCQ 5 September.

Op dezen dag, die het Fransche offensief inleidde en den stoot gaf aan gebeurtenissen van wereldhistorische beteekenis, ontvingen de Franschen nog énkele voor hen ontmoedigende en ongunstige berichten. Reims had zich namelijk aan de Duitschers overgegeven, met al het materieel en het geheele garnizoen. Maubeuge werd zwaar gebombardeerd; het was te verwachten dat ook deze vesting spoedig zou bezwijken. De Duitschers zouden dan weer een hunner legerkorpsen voor andere doeleinden beschikbaar krijgen.

Het 6e Leger rukte uit de streek van Dammartin naar de Ourcq. Op den rechter vleugel de cavaleriedivisie, die verband moest houden met de Engelschen. Dan de groep reserve-divisiën van generaal de Lamaze, in 3 colonnes; links daarvan het 7e legerkorps. De 2e groep reserve-divisiën bleef in ae linie, binnen den omtrek der verschanste legerplaats van Parijs.

Onverwachts stuitte de Lamaze op den vijand. Bij Penchard, Monthyon, St. Soupplets werd hevig gevochten met het Duitsche 4e reserve-korps, de flankdekking van von Kluck's ie Leger, op den rechter oever van de Ourcq. Dit korps was op 4 September over Creil en Senlis te Nanteuü-leHadouin gekomen, en moest nu bij MarcillyChambry, ten N. van Meaux, de dekking tegen het N.O. front van Parijs op zich nemen. Verkenningen van cavalerie en met vliegtuigen hadden er niet in kunnen slagen, in het zeer bedekte terrein klaarheid te verschaffen omtrent den toestand bij

Sluiten