Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

SLOTBESCHOUWINGEN

351

Wat de legerbevelhebbers betreft, wenschen wij slechts over enkele generaals, die het meest op den voorgrond zijn getreden,een paar woorden te zeggen.

Vooreerst de commandant van het Duitsche ie Leger, generaal von Kluck. Hij was zeer zeker een flink, voortvarend, energiek en doortastend veldheer^ Een hoogst bekwaam legeraanvoerder, die veel ten goede heeft verricht, doch de fouten door de legerleiding begaan bij de concentratie der troepen op het Westfront, niet kon herstellen. Dat zijn leger enkele malen te laat kwam om de beslissing op het slagveld te brengen, waar die voor de Duitschers scheen weggelegd, was het gevolg van von Moltke'si regelingen. Dat hij de Engelschen niet te pakken kon krijgen en dat Lanrezac's 5e Leger hem ontkwam, is in hoofdzaak het gevolg van dezelfde oorzaak. De regeling van den opmarsch zijner legerkorpsen naar de gevaarlijk bedreigde stelling aan de Ourcq, was bijzonder flink, zelfs stoutmoedig opgevat. De manoeuvre naar de Ourcqstelling is, vooral uit een tactisch oogpunt beschouwd, hoogst belangwekkend. Von Kluck toonde zich daarin een bekwaam en voortvarend krijgsoverste.

Maar ook hij bezat „les défauts de ses qualités." Zijn snel oprukken over de Marne, toen hij op 5 September wist feitelijk in strijd te handelen met de bedoelingen van het groote hoofdkwartier, is niet goed te keuren. Het verband en de samenhang met het 2e Leger gingen reeds daardoor verloren. En deze fout werd later nog vergroot. Naar wij meenen, is de voor Duitschland ongunstige uitslag van den Marne-slag in hoofdzaak daaraan te wijten.

Het is opmerkelijk, dat de meeste Fransche schrijvers — ook mannen als Galliéni en Bonnal — de op 4 September als definitief waargenomen

Sluiten