Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

358

DE KRIJGSVERRICHTINGEN

raai de Selliers de Moranville, noch de Engelsche veldmaarschalk French, hebben naar onze meening hun sporen als veldheer in dien tijd verdiend. Beiden waren zij ongetwijfeld „erg voorzichtige" mannen, die niet veel waagden om te winnen. De door ons gerelateerde feiten hebben dat, naar wij meenen, alleszins duidelijk gemaakt.

Ook over de Fransche legercommandanten wenschen •Wij/ na hetgeen wij reeds schreven over ÖaMiéni en Lanrezac, niet meer uit te weiden. Sarrail was, meeneri wij, een zeer bekwaam legeraanvoerder; en Maunoury vervulde op loffelijke wijze een zware taak, die hem — zij *t eenigszins onverwachts — „het zoet der overwinning" deelachtig maakte. Generaal Foch werd bij de „marais de St. Gond" door den voor Duitschland betreurenjP' waardigen terugtocht van von Bülow, voor een ernstige nederlaag door von Hausen's 3e Leger behoed.

Wij schreven hiervoren, dat er uit de gebeurte*nissen van dé eerste oorlogsweken veel te leeren valt.

De slotsom van onze studie is, dat men er voornamelijk, in de eerste plaats, uit kan leeren hoe de oorlog niet moest zijn gevoerd.

In veel, in bijna alle opzichten, geven deze krijgsverrichtingen ons den indruk van te zijn beheerscht door dwalingen, misgrepen of tekortkomingen.

Van genialiteit of eerbied-afdwingend talent is weinig gebleken.

Groote mannen waren niet dan sporadisch te zien.

De jarenlange duur van den oorlog in WestEuropa vindt zijn verklaring, in hetgeen gedurende de door ons behandelde eerste periode van nauwelijks zes weken aan den dag gekomen is.

Sluiten