Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

19

een secretaris, die door Ons wordt benoemd, geschorst en ontslagen.

2. De secretaris geniet eene, door Ons vast te stellen, bezoldiging, die uit 's Rijks kas wordt gekweten.

3. De raad stelt voor den secretaris,eene instructie vast, die aan de goedkeuring van Onzen Minister van Binnenlandsche Zaken wordt onderworpen. Bij die instructie wordt mede bepaald, gedurende welke uren de secretaris dagelijks voor een ieder te spreken zal zijn.

4. De secretaris heeft in de vergaderingen van den armenraad, van het bestuur en van het dagelijksch bestuur eene raadgevende stem.

Artikel 52.

1. De armenraad stelt een huishoudelijk reglement vast, dat aan Onze goedkeuring wordt onderworpen.

2. Bij dat reglement worden onder meer geregeld:

1°. de bevoegdheid van het bestuur en van het dagelijksch bestuur, met inachtneming van het bepaalde bij den algemeenen maatregel van bestuur, bedoeld in art. 56, tweede lid;

2°. de vervanging van den voorzitter en van den secretaris, in geval van ontstentenis.

Artikel 53.

1. Een armenraad wordt door Ons bijeen met redenen omkleed besluit opgeheven, indien bij voortduring blijkt, dat hij niet aan zijn doel beantwoordt of dat niet in voldoende mate door de besturen van de kerkelijke, bijzondere of gemengde instellingen van weldadigheid tot de samenstelling wordt medegewerkt.

2. Indien te voorzien is, dat gemeld gebrek aan medewerking van tijdelijken aard zal zijn, kunnen de werkzaamheden van den raad door Ons bij een met redenen omkleed besluit worden geschorst voor den tijd van ten hoogste één jaar. Deze termijn kan telkens door Ons worden verlengd. Bij Ons besluit tot schorsing worden voorzieningen getroffen met betrekking tot werkzaamheden, die door den secretaris kunnen worden voortgezet.

3. De schorsing wordt door Ons opgeheven, zoodra de reden daarvoor is vervallen.

Artikel 54. 1, De besturen van burgerlijke en van gemengde instellingen, die binnen- het

ambtsgebied van den armenraad werkzaam zijn, of Burgemeester en Wethouders doen aan den raad, met betrekking tot de door hen ondersteunde personen en de leden van het gezin van dezen, mededeeling van naam, woonplaats, datum van geboorte, kerkelijke gezindte en beroep, alsmede van de verleende ondersteuning. Met betrekking tot de personen, aan wie door die besturen of door Burgemeester en Wethouders ondersteuning is geweigerd, doen zij mededeeling van woonplaats, naam en leeftijd.

2. Deze mededeelingen worden gedaan binnen eene week na de toekenning of de weigering van de ondersteuning.

Artikel 55.

In gemeenten of in gedeelten van gemeenten, voor welke gezamenlijk een jarmenraad is ingesteld, geldt de in art. 54 omschreven verplichting slechts, indien de armenraad de wenschelijkheid daarvan heeft uitgesproken. De verplichting geldt in dat geval van het oogenblik, waarop de armenraad zijne beslissing ter kennis van de besturen der instellingen van weldadigheid in de gemeenten heeft gebracht. Zij houdt op te gelden van het oogenblik, waarop de armenraad zijne beslissing herroepen en dit ter kennis van de besturen der instellingen van weldadigheid in de gemeenten gebracht heeft.

Artikel 56.

1. De armenraad heeft, behalve wat hem bij andere artikelen dezer wet is opgedragen, tot taak:

1°. het instellen van een onderzoek naar de omstandigheden der personen, die zich als hulpbehoevend tot het bureau van den armenraad gewend hebben of die, blijkens mededeeling van ingezetenen of instellingen, zich om hulp bij die ingezetenen of instellingen hebben aangemeld;

2°. het verzamelen in een register van de ingewonnen inlichtingen en van de mededeelingen, die van de besturen van instellingen van weldadigheid zijn ontvangen;

3°. het verstrekken van inlichtingen in het algemeen aangaande armenverzorging en in het bijzonder uit de gegevens, bedoeld oader 1°. en 2°., aan instellingen van wel" dadigheid en, volgens voorschriften, bij het huishoudelijk reglement te geven, aan anderen;

Sluiten