Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

20

4°. het zich op de hoogte stellen en houden van het armwezen m het ambtsgebied;

5°. het dienen van raad, zoowel op ver-, zoek als eigener beweging, aan autoriteiten en aan instellingen van weldadigheid ten aanzien van alle onderwerpen, het armwezen in het ambtsgebied of in het algemeen betreffende;

6°. het bespreken van gemeenschappelijke belangen en het beramen van maatregelen tot bevordering van goede armenverzorging, in het bijzonder het steunen en bevorderen van samenwerking van alle instellingen van weldadigheid, in het ambtsgebied werkzaam;

7°. het samenstellen in den vorm, door Onzen Minister van Binnenlandsche Zaken te bepalen, van een jaarverslag betreffende het armwezen in het ambtsgebied van den raad.

2. Bij algemeenen maatregel van bestuur wordt bepaald, welke bevoegdheden bij het huishoudelijk reglement aan het bestuur en welke aan het dagelijksch bestuur moeten of kunnen worden overgedragen.

Artikel 57.

1. Indien het, ter zake van een verzoek om ondersteuning, wenschelijk is te weten welk loon of welke wedde de aanvrager en leden van diens gezin laatstelijk genoten of nog genieten, en het bestuur der instelling van weldadigheid, aan welke de ondersteuning is gevraagd, de juistheid der inlichtingen, dienaangaande van den aanvrager ontvangen, wenscht te onderzoeken, vraagt de armenraad, of vragen, bij gebreke van een armenraad, Burgemeester en Wethouders, op verzoek van dat bestuur, aan het hoofd of den bestuurder van het bedrijf af van de onderneming, waarin of waarvoor de aanvrager of leden van diens gezin arbeid verrichtten of nog verrichten, inlichtingen. De' raad of Burgemeester en Wethouders vragen op gelijk verzoek aan het bestuur van eene instelling, met wettelijke verzekering belast, mededeeling van de in het bezit van dat bestuur zijnde gegevens aangaande loon, wedde of uitkeering, die een aanvrager of leden van diens gezin laatstelijk genoten of nog genieten. Het hoofd of de bestuurder van het bedrijf of van de onderneming verstrekt de inlichtingen omtrent loon, wedde of uitkeering, die door

den armenraad of door Burgemeester en Wethouders worden gevraagd, binnen tweemaal, even bedoeld bestuur binnen vijf maal vier en twintig uren.

2. De armenraad of Burgemeester en Wethouders kunnen weigeren aan het verzoek gevolg te geven, indien zij, na het bestuur der instelling van weldadigheid te hebben gehoord, niet voldoende termen aanwezig achten voor het vragen van de inlichtingen.

Artikel 58.

In eene gemeente, in of voor welke een armenraad niet is ingesteld, kunnen Burgemeester en Wethouders een register van inlichtingen instellen aangaande armen, die ondersteuning ontvangen van instellingen van weldadigheid in de gemeente, of aan wie ondersteuning door die instellingen is geweigerd. Dat register wordt, indien een armenraad wordt ingesteld, aan dien raad overgedragen.

Artikel 59.

Indien een register van inlichtingen is ingesteld, is art. 54 van toepassing met dien verstande, dat de daar bedoelde inlichtingen worden verstrekt aan den beheerder van het register.

Artikel 60.

Uit het register worden inlichtingen verstrekt aan instellingen van weldadigheid en volgens voorschriften, door Burgemeester en Wethouders vast te stellen, aan anderen.

Artikel 61.

1. De kosten van den armenraad, uitgezonderd de wedde van den secretaris, en de kosten van het register van inlichtingen zijn voor rekening van de gemeente.

2. Indien een armenraad voor eenige gemeenten of gedeelten van gemeenten gezamenlijk is ingesteld, draagt elke dier gemeenten tot de bestrijding der kosten bij naar evenredigheid van het aantal harer inwoners binnen het ambtsgebied van den raad. Indien tusschen die gemeenten geene overeenstemming wordt verkregen omtrent de bepaling van de kosten van den armenraad, wordt het bedrag daarvan door Gedeputeerde Staten der provincie, en, indien de gemeenten in meer dan ééne provincie zijn gelegen, door Ons vastgesteld.

Sluiten