Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

21

Artikel 62.

De armenraad legt'jaarlijks aan den gemeenteraad over eene begrooting voor het volgende, alsmede rekening en verantwoording over het afgeloopen kalenderjaar, een en ander volgens voorschriften, bij algemeenen maatregel van bestuur te geven. Geschillen over de begrooting of over de rekening en verantwoording worden op verzoek, hetzij van het gemeentebestuur, hetzij van den armenraad, beslist door Gedeputeerde Staten, en, in beroep, door Ons.

HOOFDSTUK V. Van het verhaal.

Artikel 63.

Alle kosten van verzorging van een arme, uitgezonderd loon voor arbeid, kunnen worden verhaald op den ondersteunde, indien hij tot teruggave daarvan in staat is, of op zijne nalatenschap, alsmede op hen, die ingevolge de wet tot zijn onderhoud gehouden zijn.

Artikel 64.

SE Het verhaal op den ondersteunde of zijne nalatenschap geschiedt uit kracht van een bevelschrift- van tenuitvoerlegging, gesteld op behoorlijk gesplitste en, zooveel mogelijk, door bewijsmiddelen gerechtvaardigde staten van kosten, door het bestuur van de instelling of door Burgemeester en Wethouders, die ondersteund hebben, aan den rechter overgelegd.

2. Het bevelschrift wordt verleend door den kantonrechter der woonplaats van hem, tegen wien het verhaal wordt uitgeoefend of, geschiedt dit tegen meer dan één persoon, der woonplaats van een hunner.

3. Is geen rechter binnen het Rijk in Europa bevoegd krachtens de bepaling van het voorgaande lid, dan wordt het bevelschrift verleend door den kantonrechter te Amsterdam.

4. Tegen het bevelschrift wordt verzet toegelaten bij den kantonrechter of, indien het gevorderde bedrag zijne bevoegdheid overschrijdt, bij de arrondissements-rechtbank. Art. 438 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is daarbij van toepassing.

5. Het verzet geschiedt op de wijze bij art. 77 bepaald.

Artikel 65.

1. Indien door eene instelling van weldadigheid of door Burgemeester en Wethouders een arme verzorgd is, tot wiens onderhoud derden ingevolge de wet gehouden zijn, kan de kantonrechter, binnen wiens rechtsgebied de arme- woont of verblijft, op schriftelijk verzoek van het bestuur der instelling of van Burgemeester en Wethouders bepalen, dat van hetgeen de onderhoudsplichtige van een derde aan loon of andere inkomsten te vorderen heeft, door dien derde een bedrag zal worden uitgekeerd aan dè instelling of aan Burgemeester en Wethouders.

2. De kantonrechter stelt na verhoor van den ondersteunde en het bestuur of Burgemeester en Wethouders en na verhoor of behoorlijke oproeping van den onderhoudsplichtige het bedrag vast, dat krachtens het voorgaande lid telkens van die inkomsten wordt ingehouden. De voor het verhoor bestemde dag wordt niet later gesteld dan veertien dagen, nadat de kantonrechter het schriftelijk verzoek, bedoeld in het vorige lid, heeft ontvangen.

3. De beschikking van den kantonrechter kan worden gewijzigd op verzoek van den onderhoudsplichtige of van het bestuur of Burgemeester en Wethouders, ieder van dezen gehoord of behoorlijk opgeroepen.

4. De in dit artikel bedoelde beschikkingen des kantonrechters zijn uitvoerbaar bij voorraad, op de minuut en vóór de registratie; daarvan kan binnen veertien dagen na hare dagteekening beroep worden ingesteld bij de arrondissements-rechtbank.

5. De bepalingen van art. 757 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, en van de bijzondere wetten en wettelijke verordeningen, krachtens welke schuldeischers alleen binnen de daarin aangegeven grenzen en op de daarin bepaalde wijze ten aanzien van tractementen, soldijen of pensioenen alsmede van andere geldelijke vergoedingen of uitkeeringen rechten kun^ nen doen gelden, blijven ten deze buiten werking.

Artikel 66. 1. Iedere rechterlijke beschikking, als bedoeld in het vorige artikel, waarbij een bedrag wordt bepaald, wordt door den griffier onmiddellijk in afschrift medegedeeld aan het bestuur der instelling of aan

Sluiten