Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

24

gestraft met hechtenis van ten hoogste veertien dagen of geldboete van ten hoogste honderd gulden.

Artikel 80.

Met het opsporen van de overtredingen van deze wet zijn, behalve de ambtenaren, genoemd in art. 8 van het Wetboek van Strafvordering, belast de marechaussee en alle andere ambtenaren van rijks- en gemeentepolitie.

Artikel 81.

De bij deze wet strafbaar gestelde feiten worden beschouwd als overtredingen.

HOOFDSTUK VIII. Slot- en overgangsbepalingen.

Artikel 82.

1. Bij algemeenen maatregel van bestuur, bij welken tevens de werkkring der Commissie nader wordt geregeld, wordt eene Algemeene Armencommissie ingesteld tot het dienen van raad aan autoriteiten en, op verzoek, aan instellingen van weldadigheid.

2. Deze Commissie bestaat uit ten minste drie en ten hoogste zeven leden.

3. Door Ons wordt een der leden als voorzitter aangewezen.

4. De leden genieten vergoeding van reis- en verblijfkosten. Zij genieten bovendien presentiegeld.

5. Aan de Commissie wordt door Ons een secretaris toegevoegd, wien door Ons eene jaarüjksche vergoeding voor bureelkosten en, zoo noodig, eene persoonlijke toelage wordt toegekend.

6. De secretaris wordt benoemd voor den tijd van vijf jaren, maar kan te allen tijde door Ons worden geschorst en ontslagen.

Artikel 83.

Onder godshuizen worden voor de toepassing van deze wet verstaan alle inrichtingen, in welke armen met of zonder verdere verzorging worden gehuisvest.

Artikel 84.

Voor de werking van deze wet is art. 874 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering toepasselijk' op de gemeente¬

besturen en op de instellingen van weldadigheid.

Artikel 85.

Alle stukken, uit deze wet voortvloeiende, zijn vrij van rechten en kosten.

Artikel 86.

Deze wet kan worden aangehaald onder den naam van „Armenwet".

Artikel 87.

1. Eene, na het in werking treden der wet van 22 April 1855 (Staatsblad n°. 32) opgerichte, vereeniging, welke op het tijdstip van het in werking treden van deze wet op de door Burgemeester en Wethouders opgemaakte en bijgehouden lijst van instellingen van weldadigheid was geplaatst en welker statuten niet ingevolge eerstgenoemde wet waren goedgekeurd, heeft de hoedanigheid van rechtspersoon nog gedurende twee jaren na het in werking treden van deze wet, of totdat zij van de lijst wordt geschrapt, indien dit vóór het eindigen van die twee jaren mocht geschieden.

2. Indien de goedkeuring der statuten geschiedt na het in werking treden van deze wet, is van het tijdstip der goedkeuring af niet meer de bepaling van het eerste lid, doch de wet van 22 April 1855 (Staatsblad n°. 32) ten aanzien van de hoedanigheid van rechtspersoon der vereeniging van toepassing.

Artikel 88.

De lijsten van de instellingen van weldadigheid worden binnen een jaar na het in werking treden van deze wet in overeenstemming gebracht met het bepaalde in art. 3 van deze wet.

Artikel 89.

De reglementen van de burgerlijke instellingen worden binnen een jaar na het in werking treden van deze wet herzien.

Artikel 90.

In art. 23 van de Kieswet; in art. 7 van de wet van 27 April 1884 (Staatsblad n°. 96), tot regeling van het Staatstoezicht op krankzinnigen, zooals dat artikel is gewijzigd bij de wet van 15 Juli 1904 (Staatsblad n°. 157); in art. 19 van de wet van 4 December 1872 (Staatsblad n°. 134), laatstelijk

Sluiten