Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

28

Artikel 4.

De besturen der genootschappen tot ondersteuning van behoeftige kraamvrouwen geven op het aantal ondersteunde kraamvrouwen; de uitgaven voor uitbesteding in huisgezinnen en voor verpleging in gestichten; de uitgaven voor bedeeling; de uitgaven voor subsidièn en bijdragen aan gemeenten en andere instellingen van weldadigheid ten behoeve van de verzorging van armen, alsmede hetgeen ter zake van de ondersteuning is terug ontvangen.

Artikel 5.

1. De opgaven van het aantal verpleegden door godshuizen worden verstrekt naar de volgende indeeling:

A. Aantal verpleegden in het godshuis.

B. Aantal verpleegden, uitbesteed in huisgezinnen of in andere gestichten.

Voor elke dier beide groepen wordt opgegeven het aantal: 1°. oude lieden; 2°. gebrekkigen; 3°^ kinderen; 4°. andere hulpbehoevenden, onder bijvoeging telkens van het aantal verpleegdagen.

2. Voor iedere, in het eerste lid genoemde groep wordt, telkens onder bijvoeging van het aantal verpleegdagen, opgegeven:

1°. het totaal aantal personen, door bemiddeling der instelling verpleegd;

2°. het aantal der onder 1°. bedoelde personen, voor wie de onkosten geheel zijn terug betaald;

3°. het totaal aantal personen, voor wie de onkosten geheel of ten deele ten laste der instelling zijn gebleven;

4°. het aantal der onder 3°. bedoelde personen, voor wie de onkosten gedeeltelijk door gemeenten of door andere instellingen van weldadigheid zijn terugbetaald.

Artikel 6.

De uitgaven voor ondersteuning van de in art. 5 bedoelde personen worden opgegegeven naar de volgende indeeling:

A. Huur, belasting en verdere lasten ën onderhoud van het gesticht en voor de uitoefening van het beheer bestemde gronden, gebouwen en lokaliteiten (of wel de getaxeerde huurwaarde) en alle verdere kosten van beheer, met uitzondering van de uitgaven voor roerende en onroerende bezittingen, welke uitsluitend zijn bestemd om er inkomsten van te trekken.

B. Verpleging in het godshuis.

C. Uitbesteding in huisgezinnen of andere gestichten.

Bovendien worden opgegeven de uitgaven voor subsidiën en bijdragen aan gemeenten en andere instellingen van weldadigheid ten behoeve van de verzorging van armen.

Mede wordt opgegeven hetgeen terug ontvangen is ter zake van:

1°. de verpleging, bedoeld onder B;

2°. de uitbesteding, bedoeld onder C.

Artikel 7.

De opgaven van het aantal verpleegden in ziekenhuizen worden verstrekt naar de volgende indeeling:

A. Totaal aantal personen, door bemiddeling der instelling verpleegd.

B. Aantal der onder A bedoelde personen, voor wie de onkosten geheel zijn terug betaald.

C. Totaal aantal personen, voor wie de onkosten geheel of ten deele ten laste der instelling zijn gebleven.

D. Aantal der onder C bedoelde personen, voor wie de onkosten gedeeltelijk door gemeenten of door andere instellingen van weldadigheid zijn terugbetaald.

Voor elke dezer vier groepen wordt mede opgegeven het aantal verpleegdagen.

Artikel 8.

De uitgaven voor ondersteuning van de in art. 7 bedoelde personen worden opgegeven naar de volgende indeeling:

A. Huur, belasting en verdere lasten en onderhoud van het gesticht en voor de uitoefening van het beheer bestemde gronden, gebouwen en lokaliteiten (of de getaxeerde huurwaarde) en alle verdere kosten van beheer, met uitzondering van de uitgaven voor roerende en onroerende bezittingen, welke uitsluitend zijn bestemd om er inkomsten van te trekken.

B. Genees-, heel- en verloskundige hulp, verplegend personeel, genees- en verbandmiddelen en dergelijke.

C. Voeding, kleeding, ligging, bewassching, verwarming, verlichting, werkverschaffing, kosten van begrafenis en alles, wat verder tot onderhoud en verzorging strekt.'

Sluiten