Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

33

benoeming in eene volgende vergadering, die zoo spoedig mogelijk wordt uitgeschreven en wordt voorgezeten door den Burgemeester. Voor die benoeming gelden de artikelen 35—39 van dit besluit. De Burgemeester installeert den voorzitter, zoo deze aanwezig is.

Artikel 42. Voor zoover daarin niet is voorzien bij de artikelen 22—41 beslist de Burgemeester ten aanzien van de voorbereiding, de oproeping, de leiding en de in die artikelen bedoelde werkzaamheden van de eerste vergaderingen van den armenraad.

Artikel 43.

Bij het huishoudelijk reglement wordt aan het bestuur van den armenraad onder meer opgedragen:

1°. de taak van den armenraad, omschreven in de artikelen 12 en 57 der wet, behoudens, in geval van geschil, de uitspraak van den armenraad, die door het bestuur moet worden nageleefd;

2°. de taak van den armenraad, omschreven in artikel 13, vierde lid, der wet;

3°. het toezicht op de werkzaamheden van den secretaris en diens bureau;

4°. de voorbereiding van de adviezen van den armenraad en, in gevallen, waarin niet kan worden gewacht tot de vergadering van den armenraad, het adviseeren namens den raad, onder gehoudenheid het advies ter kennis van den raad te brengen;

5°. de voorbereiding van de algemeene vergaderingen en, voor zooveel noodig, van de werkzaamheden van den armenraad.

Artikel 44.

Indien de armenraad een dagelijksch bestuur ,heeft, wordt bij het huishoudelijk reglement aan dat bestuur onder meer opgedragen de taak, bedoeld in art. 43, onder 2°. en 3°., behoudens in geval van geschil, de uitspraak van het bestuur, die door het dagelijksch bestuur moet worden nageleefd.

Aan het dagelijksch bestuur kan onder meer worden opgedragen, geheel of ten deele, de taak, bedoeld in artikel 43 onder 1°. en 5°. en het adviseeren namens den raad in gevallen van eenvoudigen aard. De adviezen worden ter kennis van den raad gebracht.

Artikel 45.

Zeven maanden vóór het einde van den termijn van vier jaren, bedoeld in artikel 44 der wet, richt het bestuur van den armenraad tot alle instellingen van weldadigheid, welke voorkomen op de lijst, bedoeld in artikel 3 der wet, en binnen het ambtsgebied van den armenraad armenverzorging buiten gestichten ten doel hebben, het verzoek, binnen een maand te berichten, of zij bereid zijn, voor een nieuwen termijn van vier jaren een vertegenwoordiger aan te wijzen. De ingekomen antwoorden worden door het bestuur zoo spoedig mogelijk aan Onzen Minister van Binnenlandsche Zaken gezonden.

Artikel 46.

Binnen twee weken nadat door Ons voor den nieuwen termijn van vier jaren het getal, bedoeld in het eerste lid van artikel 48 der wet, is vastgesteld, geeft het bestuur van den armenraad daarvan kennis aan elke instelling, die zich bereid heeft verklaard, een vertegenwoordiger aan te wijzen. Daarbij worden de mededeelingen gedaan, bedoeld in artikel 22, en het verzoek, bedoeld in artikel 23. De ingekomen antwoorden worden door het bestuur van den armenraad gezonden aan den Burgemeester van de gemeente, waar de zetel van den raad gevestigd is. Deze schrijft zoo spoedig mogelijk na den aanvang van den nieuwen termijn van vier jaren de eerste vergadering van den armenraad uit en handelt voorts overeenkomstig het bepaalde in de artikelen 24—42.

Onze Minister van Binnenlandsche Zaken is belast met de uitvoering van dit besluit, hetwelk in het Staatsblad geplaatst en in afschrift aan den Raad van State gezonden zal worden.

Het Loo, den 18den Juli 1912.

WILHELMINA.

De Minister van Binnenlandsche Zaken,

heemskerk.

Uitgegeven den drie en twintigsten Juli 1912.

De Minister van Justitie,

e. r. h. regout.

Haga - Akmemw.

3

Sluiten