Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

34

(Staatsblad n°. 265.) BESLUIT van den 18den Juli 1912, tot uitvoering van art. 82 der Armenwet.

Wij WILHELMINA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.

Op de voordracht van Onzen Minister van Binnenlandsche Zaken, van 15 Juni 1912, n°. 4801, Afdeeling Volksgezondheid en Armwezen;

Gezien art. 82 der Armenwet;

Overwegende, dat bij algemeenen maatregel van bestuur moet worden ingesteld eene Algemeene Annenconunissie en de werkkring dier Commissie nader moet worden geregeld;

Den Raad van State gehoord (advies van 9 Juli 1912, no. 16);

Gezien het nader rapport van Onzen Minister van Binnenlandsche Zaken, van 15 Juli 1912, n°. 5779, afdeeling Volksgezondheid en Armwezen;

Hebben goedgevonden en verstaan:

met ingang van den dag, op welken de Armenwet in werking zal treden, vast te stellen

net navolgende:

Artikel 1.

Er wordt ingesteld eene Algemeene Armencommissie.

Deze Commissie is gevestigd te 's-Gravenhage en bestaat uit zeven leden, die door Ons worden benoemd en ontslagen.

Artikel 2.

De Commissie dient aan autoriteiten en, op verzoek, aan instellingen van weldadigheid van raad omtrent aangelegenheden van het armbestuur.

Zij houdt zich, zooveel mogelijk, op de hoogte van de werking van de Armenwet.

Artikel 3.

De Commissie is bevoegd bij autoriteiten inlichtingen in te winnen aangaande het armbestuur.

Zij kan, indien dit voor hare werkzaamheden noodig is, aan een of meer harer leden, met of zonder den secretaris, kennisneming van toestanden ter plaatse opdragen.

Met betrekking tot eene kerkelijke of eene particuliere instelling van weldadigheid is zij tot die kennisneming slechts bevoegd, indien een, door die instelling tot haar gericht, verzoek om raad daartoe aanleiding geeft.

Artikel 4.

De Commissie vergadert zoo dikwijls haar voorzitter dit noodig acht of drie harer leden den wensch daartoe hebben te kennen gegeven.

Artikel 5.

Wij behouden Ons voor, zoo noodig, nadere instructiën voor de Commissie alsmede eene instructie voor haren secretaris vast te stellen.

Onze Minister van Binnenlandsche Zaken is belast met de uitvoering van dit besluit, hetwelk in het Staatsblad geplaatst en in afschrift aan den Raad van State gezonden zal worden.

Het Loo, den 18den Juli 1912.

WILHELMINA.

De Minister van Binnenlandsche Zaken,

heemskerk.

Uitgegeven den drie en twintigsten Juli 1912.

De Minister van Justitie, e. r. h. regout.

Sluiten