Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

40

kunnen verschaffen en het, hoewel zij het gevraagd hebben, niet ontvangen van anderen, ingevolge de wet tot het verstrekken daarvan gehouden, of van kerkelijke, bijzondere of gemengde instellingen. Vóórdat een burgerlijk armbestuur of een gemeentebestuur voortaan mag helpen, moet dus vast staan, dat de arme 1°. zich zelf niet kan helpen; 2°. hulp vergeefs gevraagd heeft aan anderen die moeten helpen ingevolge een wettelijken plicht b.v. ouders, kinderen, werkgever; 3°. hulp vergeefs gevraagd heeft aan kerkelijke, bijzondere of gemengde instelling, die daarvoor in aanmerking komt. De gemengde instelling staat hier — in afwijking van de oude wet — op één lijn met de kerkelijke en particuliere. In de meeste gemeenten bestaat geen gemengde instelling; daar zal men dus moeten nagaan, of er eene kerkelijke instelling (natuurlijk van de kerkelijke gezindte, waartoe de arme behoort) of eene particuliere instelling is, van welke de arme hulp zou kunnen krijgen en of hij daar gevraagd heeft. Zoolang dit niet geschied is, mag de burgerlijke armenzorg in beginsel niet helpen. Alleen in geval van gevaar voor leven of gezondheid kan terstond voorloopig geholpen worden. Art. 21, tweede lid, wil, dat hiervoor eene bepaling in het reglement van het burgerlijk armbestuur zal worden opgenomen. Daarbij zal dan geregeld moeten worden, door wie en in hoever in spoedeischende gevallen mag worden geholpen en wat daarna zal moeten gebeuren.

Hieruit blijkt, dat het z.g. subsidiaire karakter van de burgerlijke armenzorg nog zuiverder is uitgesproken.

Weigert eene kerkelijke, particuliere of gemengde instelling steun, dan is het gemeentebestuur of het burgerlijk armbestuur niet bevoegd, die weigering te beoordeelen; het feit van de weigering is voldoende. De kerkelijke en particuliere instellingen blijven ook onder de nieuwe wet volkomen vrij in haar doen en laten en zijn aan alle controle of beoordeeling van burgerlijke zijde onttrokken.

De Minister Heemskerk, die het ontwerp samenstelde en verdedigde en de wet deed in werking treden, schreef in zijn circulaire van 23 Juli 1912 aan de gemeentebesturen, waarbij hij de inwerkingtreding aankondigde, het volgende over dit punt: t»ib«ö

„In overeenstemming in zooverre met de thans nog geldende wet, heeft de burgerlijke armenzorg ook volgens de nieuwe wet een aanvullend karakter, d. w. z. de armenverzor-

Sluiten