Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

43

hij achteruit ging enz., enz., en de vorm van hulp moet daarna met zorg gekozen worden. Om dienzelfden timmerman te nemen: is zijn gereedschap weg, maar is hij een volslagen dronkaard, dan kan men op zijn vingers natellen, dat hij nieuw gereedschap ook verdrinken zal. Is de weduwe lui en slordig en snoepziek, dan zal eene naaimachine haar niet veel verder brengen, maar al spoedig verdwijnen.

Bovenstaande voorbeelden zijn van eenvoudigen aard. De practijk vermenigvuldigt de vragen en moeilijkheden (men denke b.v. aan de kinderen, aan zieken), maar 't gaat ten slotte toch altijd om een keus tusschen deze twee: sleurwerk als bedeelen, of met toewijding en inspanning streven naar opbouwen van het bestaan.

In zijn meergenoemde circulaire brengt de Minister Heemskerk het verschil bij vroeger üi herinnering door aanhaling van de, in de Memorie van Toelichting bij het wetsontwerp geformuleerde, eischen voor een betere practijk:

„1°. principieel moet de overheidszorg er niet op gericht zijn, dat de arme in nood gelaten wordt. Getracht moet althans worden, den arme uit zijn hulpbehoevendheid op te helpen, want alleen indien dat gelukt is, kan gezegd'worden, dat het belang der maatschappij zoo goed mogelijk behartigd is;

2°. het minimum, dat voor die hulp noodig is, moet gegeven worden. Meer dan dat minimum mag door de burgerlijke armenzorg nimmer gegeven worden, want het meerdere kan alleen voor zuiver individueele wenschen bevorderlijk zijn, maar gaat buiten het algemeen om;

3°. dat minimum moet zijn materiëel en ideëel en omvat, wat het materiëele Betreft, het noodzakelijke levensonderhoud, niets meer en niets minder, wat het ideëele betreft, toezicht, raad en bijstand."

Dit alles is 'theorie, welker praktijk dikwijls zoo ontmoedigend zwaar valt. Toegegeven, mits men bij alle ontmoediging blijve bedenken — en kracht blijve putten uit de gedachte — dat praktijk zonder theorie, liever: zonder ideaal, tallooze slachtoffers maakt door ontaarding in sleur, stelselloos gelegenheids-handelen, zonder stuur, zonder doel. De menschen en de menschelijke samenleving zijn 't waard, dat men, waar men tracht te helpen, hoog mikt, door bezieling uitga boven de neertrekkende sleur van de dagelijksche praktijk. Zonder opstaan en vallen slaagt men daarin niet, maar zou onze samenleving zóó arm zijn, dat men zich de moeite van op-

Sluiten