Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

48

Onderzoek voor en toezicht tUdens de ondersteuning.

c. Of iemand van gebrek dreigt om te komen, is betrekkelijk gemakkelijk waar te nemen. Alleen in de groote steden gaat dat niet zoo eenvoudig. Of iemand zich het noodzakelijk levensonderhoud kan verschaffen, valt nog veel minder aan zijn neus te zien. Om dat te weten, moet men heel wat nagaan en onderzoeken. Tot nu toe liet de burgerlijke armenzorg door een enkelen beambte, zelfs door een politieagent, even neuzen, hoe de toestand was; wilde zij ook dat nalaten, dan kon zij dat doen. De wetgever heeft begrepen, dat dit niet zoo kon blijven. Er moet zijn behoorlijk onderzoek naar den persoon van den arme en naar zijne omstandigheden, anders worden bij de toekenning van hulp bedenkelijke fouten gemaakt. Er moet ook toezicht zijn. Om een voorbeeld te noemen: op den timmerman, die zijn gereedschap terug krijgt, moet meer of minder ('t hangt van hemzelven af) toegezien worden, dat hij weder werkt; op den man, die aan een zaakje geholpen wordt, moet toegezien, dat hij het zaakje goed beheert, hij moet soms met raad en daad nog verder op gang gebracht worden; op den sukkel, die bedeeld moet worden, moet toegezien, dat hij de bedeeling goed gebruikt. Dit zijn nog maar eenvoudige voorbeelden. Hoe dat onderzoek en dat toezicht in zijn werk moet gaan, kan de wetgever niet bepalen; dat moet in iedere gemeente bepaald worden naar gelang van de plaatselijke omstandigheden. De wet schrijft in art. 21 alleen imperatief voor, dat bij het reglement voor een burgerlijk armbestuur wordt geregeld het onderzoek, dat aan de toekenning van eene ondersteuning moet voorafgaan, en het toezicht op de ondersteunden. Bovendien moeten voorschriften worden gegeven betreffende het uitreiken van voorloopige ondersteuning in dringende gevallen, waarin onmiddellijke hulp gebiedend noodzakelijk is.

Bovendien legt art. 21, laatste lid, nog één speciale verplichting op. Bij het reglement van het burgerlijk armbestuur wordt geregeld op welke wijze toezicht wordt gehouden op uitbestede personen.

De ervaring heeft helaas deze bepaling noodig gemaakt. Kinderen, die het burgerlijk armbestuur moet verzorgen, worden dikwijls in gezinnen uitbesteed. Meermalen bleek, dat zulke kinderen niet goed verzorgd werden en dat er hoegenaamd geen toezicht werd gehouden op de verzorging. Het klinkt hard, maar 't maakt soms den indruk of men maar één belang kende, n.1. zoo goedkoop mogelijk van de kinderen

Sluiten