Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

51

steuning nog noodig is. Niet bepaald noodzakelijke ondersteuning is uit den booze. Het telkens herhaald onderzoek is bovendien voor den arme een prikkel om te trachten weer zelfstandig te worden.

Aan den gemeenteraad van Zutphen was het lot beschoren, te ervaren, hoezeer deze bepaling van art. 29, laatste lid, de, vroeger door velen misbruikte, vrijheid aan banden legt. De Sint Anne Broederschap in die gemeente heeft ten doel de uitkeering van preuvingen. De gemeenteraad stelde in 1913 een nieuw reglement voor die instelling vast: de preuvingen zouden ten hoogste ƒ 0,60 per week bedragen, en verleend worden telkens tot het einde van het kalenderjaar.

De raad bedoelde het best, maar rekende buiten de wet en vooral buiten Gedeputeerde Staten. Art. 29, laatste lid 1 De ondersteuning mag voor niet langer dan drie maanden telkens toegekend worden. Of de gemeente al betoogde, dat voor een toeslag, zooals de preuvingen zijn, dergelijke bepaling toch niet geschreven was, maar alleen kan gelden bij algeheel onderhoud; of zij al wees op de vereischten voor het genot van een preuving: ouder dan 40 jaar, goed zedelijk gedrag en tenminste 8 jaren in de gemeente woonachtig; — Gedeputeerden lieten zich niet van hun stuk brengen en de Kroon gaf hun bij besluit van 8 Maart 1915, no. 19, gelijk>;!

De bepaling is dus een absolute.

e. Op blz. 41 werd onder B 3°. opgemerkt, dat de arme geen beroep had volgens de oude wet, wanneer hem ondersteuning werd geweigerd. Ook onder de nieuwe wet heeft hij geen beroep. Beroep doet zoo licht denken aan een recht op ondersteuning en van zoodanig recht wilde de wetgever terecht niets weten. Toch is er in sommige gevallen een uitweg noodig. Het is voorgekomen, dat eene gemeente of een burgerlijk armbestuur armen van de eene of andere godsdienstige gezindte kortweg uitsloot van alle hulp. Zoo iets kon uitdrukkelijk gezegd worden, maar het kon ook uit de handelingen blijken. Men had er allerlei motieven voor, maar die konden alle niets afdoen van het eenvoudige feit, dat door de weigering armen, die van elders hulp gevraagd hadden maar niet konden krijgen, onverzorgd bleven. Zoo iets is in strijd met de taak van een burgerlijk armbestuur. Daarom bepaalt art. 32 van de nieuwe wet: „Indien ondersteuning wordt geweigerd met de kenlijke bedoeling om armen van ondersteuning uit te sluiten op

Geen beroep.

Sluiten