Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

60

— om maar enkele uitwegen te noemen — zullen zij in menig geval zonder bezwaar kunnen voorschrijven. Het afschuiven van zieken door kleine gemeenten zal daardoor — tot heil der zieken voóral — goeddeels een einde kunnen nemen.

Ten slotte: de regeling geldt ook voor de levering van genees- en verbandmiddelen.

Art. 167 van de Gemeentewet bepaalt, dat de gemeentelijke verordeningen, tegen welker overtreding straf is bedreigd, binnen tweemaal vier en twintig uren, nadat zij door den Raad zijn vastgesteld, in afschrift, door den Burgemeester en den Secretaris te waarmerken, worden medegedeeld aan Gedeputeerde Staten. Dat college zendt den Raad bericht van ontvangst binnen 14 dagen, nadat hem het afschrift is geworden. Deze bepalingen nu verklaart art. 34 van de nieuwe Armenwet van toepassing op:

1°. de verordening tot regeling van de geneeskundige armenverzorging in eene gemeente;

2°. de instructie van den geneeskundige of de vroedvrouw, belast met de armenpraktijk in eene gemeente, daaronder begrepen de regeling van de bezoldiging, van de schorsing en het ontslag; *)

3°. de regeling van de levering vanwege de gemeente van genees- en verbandmiddelen ten behoeve van armen, voor zoover in die levering niet voorzien wordt door eene gemeenteapotheek.

Met dit alles is het evenwel nog niet uit. Ingevolge art. 34, tweede lid, moet aan den medischen inspecteur van de volksgezondheid een afschrift van die verordeningen worden gezonden.

Den inspecteur is bij art. 35 de bevoegdheid gegeven bij

1) De instructies moeten worden vastgesteld door den gemeenteraad. Onder de werking van de oude wet Uet de gemeenteraad het vaststellen van die instructies hier en daar over aan het burgerlijk armbestuur. Die practijk is thans in strijd met de wet en wel om de volgende redenen.

Art. 33 van de nieuwe wet trekt de genees-, heel- en verloskundige armenzorg zoo algemeen mogelijk onder het oppertoezicht van Gedeputeerde Staten. Die colleges kunnen voorzieningen opleggen, Indien zij oordeelen, dat de toestand niet goed is; die voorzieningen kunnen betreffen de instructies, welke van overwegend belang zijn voor de doeltreffendheid van de geneeskundige armenzorg. Nu geeft art. 33, 2e lid aan den gemeenteraad — niet aan eenig ander gezag — het recht van beroep op de Kroon tegen het voorschrijven van voorzieningen. Dit zou geen tin hebben, indien ln het plan van den wetgever een ander college dan de raad de instructies mocht vaststeUeiu Zoo geeft ook art. 35 alleen aan den raad recht van beroep tegen beslissingen van Gedeputeerden betreflende de instructies. Alweer, waartoe dat recht van beroep alleen vooi den raad, als een ander college de instructies mag vaststellen? Art. 36 ten slotte verplicht alleen den gemeenteraad om de beslissingen van de Kroon of van Gedeputeerde Staten uit te voeren en die beslissingen raken mede de instructies. Hoewel de wet het niet uitdrukkelijk bepaalt, blijkt toch uit de aangehaalde artikelen, dat alleen de raad bevoegd is, de instructies vast te stellen.

Sluiten