Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

70

Inlichtingen.

dan de kamer van navraag van den armenraad. De kosten van den armenraad — uitgezonderd het salaris van den secretaris — zijn voor rekening van de gemeente. De artikelen 61 en 62 van de wet regelen de raming en, ten aanzien van een intercommunalen raad, de verdeeling van de kosten.

De begrootingen van de armenraden leverden dusver niet veel stof tot moeilijkheden. Eén geschil moest door de Kroon beslist worden. De armenraad te Meppel had op zijn begrooting een bedrag van ƒ 10,— uitgetrokken wegens verblijfkosten van den voorzitter en den secretaris te Utrecht tijdens de vergadering van voorzitters en secretarissen van de armenraden met de Algemeene Armencommissie, welke vergadering die commissie belegd had op verzoek van den Minister van Binnenlandsche Zaken. De gemeenteraad en Gedeputeerde Staten maakten bezwaar tegen dien post, maar de Kroon stelde in beroep den armenraad in het gelijk bij Kon. besluit van 5 Juli 1915, no. 102.

Op de begrooting van het Departement van Binnenlandsche Zaken komt een post voor ter vergoeding van reiskosten van voorzitters en secretarissen van armenraden voor het bijwonen van vergaderingen, die de Algemeene Armencommissie af en toe met hen houdt ter bespreking van belangrijke onderwerpen. De voorzitters en de secretarissen zullen deze reizen dus mogen maken op rijkskosten en de gemeente zal hun eenvoudige mondbehoefte niet mogen onthouden.

Twee artikelen vorderen thans nog afzonderlijke bespreking. Zij dragen beide eene belangrijke functie op aan den armenraad, al mede met de strekking, om het mechanisme van de armenzorg door centralisatie zooveel mogelijk te vereenvoudigen.

Het eerste is art. 12 ter vervanging van art. 12 van de oude wet. Laatstbedoeld artikel legde aan de besturen der kerkelijke, gemengde en bijzondere instellingen van weldadigheid den plicht op, om, desgevraagd, aan de burgerlijke besturen op te geven, of een arme, die zich bij een burgerlijk bestuur had aangemeld, van hen al dan niet onderstand kon verkrijgen. Dit artikel liet de niet-burgerlijke instellingen aan haar lot over, zij moesten maar zien, hoe zij voor zichzelve inlichtingen verkregen. Art. 12 van de nieuwe wet legt aan den armenraad den plicht op, om op verzoek van het bestuur van eene instelling van weldadigheid, bij welke door een arme ondersteuning is gevraagd, zich te wenden tot de besturen van de instel-

Sluiten