Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

71

lingen, van welke redelijkerwijze vermoed kan worden, dat de arme aan haar steun heeft kunnen verzoeken, met de vraag, of aan dien arme door die besturen ondersteuning wordt gegeven en, zoo ja, in welken vorm en tot welk bedrag. Op die vraag moet binnen een week schriftelijk worden geantwoord.

Is er geen armenraad, dan moet de beheerder van het register van inlichtingen, en, bij gebreke ook daarvan, moeten Burgemeester en Wethouders die vraag stellen. Art. 12 werkt dit nog eenigszins nader uit, maar de strekking büjkt uit het bovenstaande: ook hier centralisatie van den inlichtingendienst ten bate van alle instellingen.

Het tweede belangrijke artikel is art. 57. Het is dikwijls voor armbesturen uiterst moeilijk, nauwkeurig te weten, of iemand, die onderstand vraagt, ook loon of wedde geniet of rente van eenige wettelijke verzekering trekt. De opgaven der armen zeiven zijn, helaas, meermalen misleidend. Tot dusver stonden de instellingen hiertegen vrijwel machteloos. De armenraad en bij gebreke daarvan Burgemeester en Wethouders kunnen voortaan inlichtingen vragen bij werkgever of instelling voor wettelijke verzekering; de inlichtingen moeten ingevolge de wet verstrekt worden. Art. 57 regelt dit alles uitvoerig, maar de kern der bepaling is hier weergegeven.

In onderscheidene artikelen van de wet wordt verder bepaald, dat aan den armenraad reglementen van instellingen van weldadigheid moeten worden gezonden en wordt bovendien aan den armenraad nog een taak of bevoegdheid gegeven. Het voornaamste daarvan komt vanzelf ter sprake hieronder bij de uiteenzetting van den verderen inhoud van de wet, voor zoover die voor het doel van deze bespreking van belang is te achten. Gemakshalve wordt daarbij de wet op den voet gevolgd.

§ 3. Na het voorafgaande overzicht van de voornaamste hoofdstukken van de wet volgt thans nog eene bespreking van enkele belangrijke bepalingen.

1. Het tweede lid van art. 1 der oude wet bepaalde: „Op instellingen, uitsluitend bestemd ter voorkoming van armoede, is deze wet niet van toepassing". Dit sprak na de definitie van instellingen van weldadigheid, in het eerste lid gegeven, van zelf. De vraag bleef evenwel: hoe is 't met instellingen, die ook iets anders dan armenzorg ten doel hebben? Met behoud

Informaties over loon

Wat zijn instellingen van weldadigheid!

Sluiten