Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

77

vallen moeten worden toegekend. Als typen, voorbeelden van zeer bijzondere gevallen, werden erkend de volgende:

1°. verhoudingen, waarbij het subsidie voortspruit uit gesloten overeenkomst of historisch verkregen rechten;

2°. gevallen, waarin tegemoetkoming in de kosten van technische verbetering der armenzorg noodig is;

3°. gevallen, waarin hulp vereischt wordt, ten einde het hoofd te bieden aan onverwacht hoogc eischen ten gevolge van tijdelijken bijzonderen nood;

4°. het verleenen van ondersteuning aan vereenigingen, die zich ten doel stellen te voorzien in bijzondere nooden, waarbij goede hulp zeer kostbaar is.

9. Voor de openbare inzamelingen geldt art. 15, gelijk aan art. 13 van de oude wet.

10. Nieuw is art. 16. Art. 925 van het Burgerlijk Wetboek bepaalt, dat de uiterste wilsbeschikking ten voordeele van de armen, zonder andere aanduiding, wordt geacht gemaakt te zijn ten behoeve van alle de noodlijdenden, zonder onderscheid van godsdienst, welke in de plaats, alwaar de erfenis is opengevallen, door armen-inrichtingen bedeeld worden. Tot dusver waren de vragen, welke instellingen in die gelden mede mochten deelen, hoe de verdeeling moest geschieden en wie zich daarmede moest belasten, open vragen, die tot veel verschil van gevoelen aanleiding hebben gegeven. Hetzelfde was het geval met giften voor „de armen" van b.v. vorstelijke personen, of met gelden, die bij sommige gelegenheden (sluiten van een huwelijk op 't stadhuis; begrafenissen) in bussen werden ingezameld. In veel gevallen maakte het burgerlijk armbestuur zich van die gelden meester, zij het ook langs den koninklijken weg. De andere instellingen mochten dan toezien. Dat is nu door art. 16 van de wet anders geworden. Daarbij is voorgeschreven, dat de verdeeling van de gelden, die moeten worden

- geacht bestemd te zijn ten behoeve van alle de noodlijdenden, zonder onderscheid van godsdienst, welke in eene gemeente door armen-inrichtingen bedeeld worden, de taak is van den armenraad en, bij gebreke van dezen, van Burgemeester en Wethouders; verder, dat die gelden worden verdeeld onder de kerkelijke, bijzondere en gemengde instellingen van weldadigheid naar verhouding van de gelden, door die instellingen voor ondersteuning besteed. Bij Kon. besluit zijn nadere voör-

Collecten.

Armengelden.

Sluiten