Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

. 8 ARTT. 1—2.

het bepaalde in het 3e lid toepasselijk is, moet de vergoeding wegens reis- en verblijfkosten worden gedeclareerd van uit de woonplaats, en verblijft men al elders, dan mogen althans geen meerdere kosten in rekening worden gebracht, dan de vergoeding voor reis- en verblijfkosten zou bedragen als de reizen zouden zijn gedaan van uit de woonplaats.

De tweede uitzondering is omschreven in het 4de lid, onder b. Ter toelichting kan volstaan worden met de opmerking, dat in een geval als hierbedoeld, slechts dan termen bestaan voor vergoeding wegens verblijfkosten, wanneer de reiziger, gedurende zijn tijdelijk verblijf in zijne woonplaats, zich buitengewone uitgaven heeft moeten getroosten welke vermeden zouden zijn, ware hij niet met verlof gegaan.

5. Bjj reizen van anderen dan de in het derde lid bedoelde landsdienaren en personen, wordt de tijdelijke verblijfplaats, van uit welke de reis geschiedt, als woonplaats aangemerkt, wanneer het hoofd van het betrokken Departement van algemeen bestuur hiertoe termen aanwezig acht.

Toel. art. 1, 5e lid. Hier is in hoofdzaak gedacht aan leden van commissiën. Wenschen zij hunne woonplaats blijvend of tijdelijk te verleggen, dan hebben zij hiervan kennis te geven aan het Hoofd van het betrokken Departement van Alg. Bestuur. In ieder bijzonder geval zal beslist worden of van uit de verlegde woonplaats tot het bijwonen van vergaderingen vergoeding van reis- en verblijfkosten geheel of gedeeltelijk kan worden gedeclareerd.

Artikel 2.

1. Voor de toepassing van dit besluit worden de burgerlijke en militaire landsdienaren en andere personen, die tot eenige dienstverrichting buiten hunne woonplaats ten behoeve van het Rgk geroepen worden, verdeeld in de volgende vijf klassen:

EERSTE KLASSE. De Ministers, Hoofden van de Departementen van algemeen bestuur.

De vice-president en leden van den Raad van State. De president en leden van de Algemeene Rekenkamer.

Sluiten