Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

60

ARTT. 9—10.

van algemeen bestuur, uit hoofde van den bjjzonderen aard der door hen te verrichten werkzaamheden, wegens het vervoer van hun persoon met een openhaar middel van vervoer in rekening mogen brengen de verschuldigde en betaalde vracht voor eene plaats der eerste klasse, mits de reizen zijn geschied tot het verrichten van de evenbedoelde werkzaamheden.

Toel. art. 9, 5e lid. Deze bepaling vindt haar grond in de omstandigheid, dat aan commiezen bij een Departement inspectiën kunnen worden opgedragen over inrichtingen, aan wier hoofd personen zijn geplaatst, die wegens hunne betrekking aanspraak kunnen maken op vervoer per le klasse spoortrein. Het zou voor het prestige der commiezen-inspecteurs bedenkelijk zgn, indien zij zeiven in eene lagere spoorwegklasse moesten plaats nemen.

Artikel 10. *)

1. Abonnementen en andere speciale biljetten, tot het doen van een onbeperkt aantal reizen gedurende eenig tijdvak recht gevende, worden van 's Rijkswege verstrekt.

Toel. art. 10, le lid. Ter beoordeeling of het gebruik van de hier genoemde biljetten voor den Staat voordeel zou opleveren, wordt als bijlage A hieraan toegevoegd eenige mededeelingen uit de door den Minister van Waterstaat goedgekeurde Tarieven voor algemeene abonnementskaarten, groepenkaarten en trajectkaartén.

2. Bij gebruik van een, niet van 's Rijkswege verstrekt, biljet als in hét eerste lid bedoeld, kan eene vergoeding in rekening gebracht worden, welke overeenkomt met % gedeelten van de vergoeding, welke, bij gebruik van een kilometerboekje, overeenkomstig het bepaalde in het vierde lid, in rekening zou gebracht kunnen worden of, bijaldien en voor zoover het gebruik van kilometerboekjes voor de betrokken^reis^niet mogelijk is, van de vergoeding volgens het gewone tarief voor het betrokken middel van vervoer.

*) Zie beschikking m. v. o. op bladz. 85—90.

Sluiten