Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

68

ARTT. 14—15.

De artikelen 14 tot en met 18 betreffen meer in het bijzonder de vergoeding wegens verblijfkosten. Toel. art. 14, le, 2e, 3e lid. Een staatje, vermeldende in de verschillende klassen de vergoedingen over 1 tot en met 100 uur, is als bijlage C hieraan toegevoegd. 4. De hoofden van de Departementen van algemeen bestuur zijn bevoegd, voor reizen naar, in en uit het buitenland gedaan, de in dit artikel vastgestelde vergoeding in bijzondere gevallen of voor bepaalde klassen van personen met ten hoogste de helft te verhoogen. Toel. art 14, 4e lid. Met het oog op de groote verscheidenheid in levensstandaard, welke in het buitenland valt te constateeren, is het niet doenlijk één tarief vast te stellen, hetwelk

voor alle buitenlandsche reizen als aeugüeiijK: Kan woraen aangemerkt. Evenmin is het juist voor reizen in het buitenland steeds eene hoogere vergoeding toe te kennen dan voor het verblijf binnenslands. Het is toch zeer wel mogelijk, dat de levensstandaard in eenig vreemd land of in een deel van dat land niet hooger is dan in Nederland.

In verband hiermede is slechts één algemeen tarief voor binnen- en buitenlandsche reizen vastgesteld, met voorbehoud voor laatstbedoelde reizen, door den betrokken Minister in ieder bijzonder geval de vergoeding te regelen tot een maximum van 1 % maal de vergoeding, die berekend kon worden bij het doen van binnenlandsche reizen.

Op wdk bedrag de vergoeding is bepaald, zal uit eene door of van wege den Minister op de declaratie te stellen verklaring moeten blijken.

Voor de enkele gevallen, waarin langs dezen weg niet tot eene billijke vergoeding is te geraken, is nadere regeling bij Koninklijk besluit voorbehouden. (Zie artikel 19.)

Artikel 15. *) .

1. Voor de berekening van de vergoeding wegens verblijfkosten wordt als begin eener reis aangemerkt:

a. wanneer de reis wordt aanvaard met een openbaar middel van vervoer en het station van vertrek ligt

*) Zie beschikking m. v. o. op bladz. 86—90.

Sluiten