Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

70 ARTT. 15—16.

3. Met afwijking in zooverre van het bepaalde in de vorige twee leden, worden twee of meer reizen als ééne reis aangemerkt, wanneer kennelijk slechts aan eene voortgezette reis moet worden gedacht ter besüssing van het hoofd van het betrokken Departement van algemeen bestuur of van de door dezen daartoe aangewezen autoriteit.

Toel. art. 15, 3e lid. Aan eene kennelijk voortgezette reis wordt gedacht:

a. als men van elders komt, en het vervoermiddel, waar¬

mede men reist, in de woonplaats niet stilhoudt;

b. als het vervoermiddel wèl stilhoudt, doch niet wordt

verlaten, en men de bedoeling heeft daarmede verder te reizen;

c. als het vervoermiddel wel wordt verlaten, doch de tijd

te kort is om naar de woning te gaan. alvorens de reis met de volgende reisgelegenheid voort te zetten.

Artikel 16. *)

Vergoeding wegens verblijfkosten wordt niet geleden: a. wanneer de reis niet langer heeft geduurd dan vier uren, behoudens ingeval het hoofd van het betrokken Departement van algemeen bestuur of de daartoe door dezen aangewezen autoriteit, in verband met het gedeelte van den dag dat voor de reis moest worden bestemd, termen voor vergoeding op den voet van artikel 14 aanwezig acht; 6. wanneer de belanghebbende reeds in eene bezoldigde betrekking of met genot van verblijfkosten uit anderen hoofde geacht moet worden ter bestemder plaatse aanwezig te zjjn.

Toel. art. 16. Van de hierbij gegeven bevoegdheid zal gebruik kunnen gemaakt worden, wanneer de reis zich heeft uitgestrekt over een gedeelte van den dag, gedurende hetwelk in den regel uitgaven voor onderhoud worden gedaan en bovendien het belang van den dienst vordert, dat juist zóódanig gedeelte van den dag voor de reis worde bestemd.

•) Zie beschikking M. V. 0. op bladz. SS—90.

Sluiten