Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ARTT. 29—31.

83

Kon. besluit van ö Januari 1884 (St.bl. no. 4). Door het bezigen van deze uitdrukking kan geen twijfel ontstaan over de vraag of ook reizen, in verband met detacheering gedaan, aan de werking van het reisbesluit zullen onttrokken «ja. Het is toch duidelijk, dat bij detaoheering niet van woonplaats, in den zin van art. 29, j°. art. 1 van het Reisbesluit 1916, wordt veranderd, zoodat een ontkennend antwooid op de vraag voor de hand ligt.

Artikel 30.

Het Koninklijk besluit van 5 Januari 1884 (Staatsblad no. 4) en alle besluiten, waarbn dat besluit is aangevuld of gewijzigd, worden door de tegenwoordige bepalingen vervangen.

Artikel 31.

1. De vergoeding voor reis- en verbhjfkosten, wegens reizen aangevangen vóór den dag waarop dit besluit in werking treedt, wordt berekend volgens de vóór dat in werking treden geldende bepalingen.

2. Wegens reizen, waarbij gebruik is gemaakt van een, vóélden in het vorig üd bedoelden dag aangeschaft, speciaal biljet, als bedoeld inartikel 10 van dit besluit, wordt de betrekking, waarin gereisd is, voor zooveel betreft de vergoeding ter zake van het vervoer van den persoon des reizigers, gerekend te zijn gerangschikt in de klasse, waarin die betrekking vóór het in werking treden van dit besluit gerangschikt was. Voor de toepassing van deze bepaling worden de 3de en de 4de klasse van artikel 2 van het in artikel 30 genoemde besluit gelijkgesteld met onderscheidenlijk klasse 3 A en klasse 4 A van artikel 2 van Ons onderhavig besluit.

Toel. art. 31. De in het 2de lid van dit artikel opgenomen overgangsbepaling dient om onbillijkheden te voorkomen tegenover personen, die volgens het Kon. besluit van 1884 gerechtigd zijn bij dienstreizen van de lste klasse spoortrein gebruik te maken, doch volgens dit besluit slechts op vergoeding voor een biljet der 2de klasse aanspraak kunnen maken.

Sluiten