Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Uitvoeringsbepalingen landmacht.

85

/

BESCHIKKING van den Minister van Oorlog van 16 December 1915, VlIIe Afd., no. 117, tot uitvoering van vorenstaand Besluit.

De Beschikking van 14 Juli 1900, VLtlBte Afd., no. 94 (V. B. U. blz. 907), zooals deze bij onderscheidene Beschikkingen is gewijzigd en aangevuld, wordt ingetrokken.

De navolgende bepalingen worden vastgesteld, ad art. 7. Tot het goedkeuren van de afwijkingen, in dit artikel bedoeld, wordt aangewezen:

de naast hoogere militaire chef, die de functie van Korpscommandant uitoefent of als zoodanig te beschouwen is, dan wel in een hoogere functie dan Korpscommandant is geplaatst.

Wanneer het" bepaalde in de vorige alinea niet kan worden toegepast, wordt de goedkeuring van den Minister van Oorlog gevorderd.

Bij het doen der aanvrage tot goedkeuring wordt opgave gedaan van de reden, waardoor de afwijking noodig is geworden.

Het gebruikmaken van bijzondere transportmiddelen moet worden bevolen of goedgekeurd. .

Onder bijzondere transportmiddelen worden o.m. verstaan: gehuurde automobielen, rijtuigen, rijwielen en motorrijwielen.

Indien bij het verrichten van dienstreizen van gehuurde rijtuigen of automobielen is gebruik gemaakt, kunnen, behalve de daarvoor verschuldigde huursommen, ook eventueel betaalde fooien aan het Ryk in rekening worden gebracht.

ad art. 8. De reiskosten worden in de declaratiën zoodanig gesplitst, dat blijkt, welk bedrag voor elk van de gebezigde vervoermiddelen is betaald.

In verband met het gestelde in het artikel onder 1°. c kunnen alleen dan kosten voor het vervoer van dienstbenoodigdheden in rekening worden gebracht, wanneer de last tot het medevoeren blijkt uit de lastgevingen of de, op de declaratiën, te stellen verklaringen, in art. 22 bedoeld.

ad art. 9. Indien het gewenscht is gebruik te maken van de bevoegdheid, verleend in het voorlaatste lid van het artikel,

Sluiten