Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Overgebracht ... ƒ 59,61"' Af: wegens voorschot (Beschikking- van 6 Januari 1916, no. 184) , . „ 30.—

(1) Naam en voorletters. (2) Rang.. (3) Woonplaats in den zin van artikel 1 van het Reisbesluit. (4) Betrekking of functie, waarin gereisd is. (5) In deze kolom alleen te vermelden het aantal uren, welke niet begrepen zijn in de, in de vorige kolom vermelde, etmalen; gedeelten van een uur worden als een vol uur aangemerkt. (6) Als plaatsen, waarheen gereisd is, alleen die plaatsen te vermelden waar men zich voor dienstverrichtingen moest ophouden. (7) Wanneer gebruik is gemaakt van een eigen middel van vervoer, moet hiervan melding worden gemaakt. Ingeval bijzondere ■— geen eigen — vervoermiddelen gebruikt zijn, de kwitantie over te leggen, die van zegel moet zijn voorzien» als zij meer dan ƒ 10,— bedraagt. (8) Deze kolom slechts in te vullen wanneer van een speciaal biljet (vrijkaart, abonnement, kilometerboekje e. d.) is gebruik gemaakt. (9) Hieraan kunnen zoodanige mededeelingen worden toegevoegd als de reiziger ter verduidelijking van zijne declaratie wenschelijk acht. Speioaal zal hier eventueel zijn te vermelden of en, zoo ja, over welk tijdvak artikel 17 van het Reisbesluit moet worden toegepast, of de vergoeding wegens verblijfkosten is verhoogd dan wel verlaagd en, indien de reis langer heeft geduurd dan voor 's Rijks dienst noodzakelijk ware geweest, het tijdvak van dien langoren duur. (10) Deze verklaring in te vullen door de bevoegde autoriteit, die tot de reizen last gaf of de reizen goedkeurde.

Blijft . . "ƒ 89,61»

De ondergeteekende verklaart vorenstaande declaratie te zijn deugdelijk en onvergolden tot een bedrag van negen en twintig gulden een en zestig en een halven centVoorts verklaart hü, dat de reizen zijn geschied voor 's Rijks dienst, dat hij gedurende het tijdvak, waarover de verblijfkosten in rekening zijn gebracht, werkelijk tot het doen van de gedeclareerde reis of reizen, van zijne woonplaats afwezig was en heeft moeten zijn of wel, in verband met het bepaalde in artikel 7, 2de lid, van het Reisbesluit afwezig zou geweest moeten zijn in geval van onafgebroken verblijf als In die bepaling bedoeld en eindelijk dat wegens reiskosten, de vracht van goederen en andere bekomende kosten hieronder begrepen, niet meer in rekening is gebracht dan hetgeen daarvoor werkelijk betaald Is of overeenkomstig de bepalingen van het Reisbesluit in rekening mag gebracht worden. (9)

Met den moesten nadruk wordt er op gewezen, dat het, ter voorkoming van moeilijkheden, noodig is, dat declaranten niet door hen eigenhandig opgemaakte declaratiën eerst onderteekenen wanneer de inhoud nauwkeurig door hen is nagegaan en accoord bevonden.

■enhagc, den 1 Februari 1916. (get.) M. W. A. MEYER.

(10) De ondergeteekende, Ingenieur van den Rijks waterstaat verklaart, dat de reizen en het verblijf, waarvoor wordt gedeclareerd, hebben plaats gehad op zijn mondelingen last ten dienste van den Rijkswaterstaat, dat aan die lastgeving werkelijk is voldaan, het gebruik van de gebezigde 'bijzondere vervoermiddelen wordt goedgekeurd, evenals de gevolgde routen; dat, in verband met het gedeelte van den dag waarop de reis dd. 13 Januari moest plaats hebben er termen zijn voor vergoeding voor verblijfkosten., en dat het bepaalde in art. 17a van toepassing is op de reis van 25/27 Januari.

*8-Qravenhage, den 5 Februari 1916. [get) W. KREEFT.

NOTA. De declaratie moet in tweevoud worden ingezonden, waarvan één exemplaar op gezegeld papier indien het gedeclareerde bedrag hooger is dan ƒ 10,— Deolaratiën, die alleen reiskosten betreffen, kunnen vrij van zegel worden ingediend.

Wanneer eene reis geschied is volgens schrlfteUJken last moet die lastgeving In orlglnall worden overgelegd.

Sluiten