Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

22

blad 11! 155) voor eerstgenoemd gewest van toepassing is verklaard, zoomede die, uitgesproken krachtens de bij artikel 1 der ordonnantie van 15 October 1898 (Staatsblad D? 277) vastgestelde „Bepalingen voor de Opiumregie op Java en Madoera" zooals die sedert zijn gewijzigd en ingevolge de ordonnantie van 10 Maart 1905 (Staatsblad ïl! 187), zoomede het Koninklijk besluit van 15 Mei 1905 II' 37 (Indisch Staatsblad 11' 417), voor de residentie Tapanoeli van kracht waren, komen mede in aanmerking bij de beoordeeling of voor de eerste maal dan wel bij herhaling overtreding is gepleegd.

(8) Een verloop van meer dan tien jaren tusschen twee overtredingen ontneemt aan de eerste haar invloed op de mate van strafbaarheid der volgende overtreding.

Artikel 13.

(1) De overeenkomstig artikel 11 uit 'slands kas uit te keeren gelden, zoomede de boeten, verbeurd en voldaan ter zake van overtredingen van deze ordonnantie, worden onverwijld, nadat de verocrdeelihg kracht van gewijsde zaak heeft bekomen, of nadat in de gevallen, bedoeld bij artikel 410 van het reglement op de strafvordering en artikel 543 van het reglement tot regeling van het rechtswezen in. de residentie Sumatra's Westkust, vastgesteld bij de ordonnantie van 26 Maart 1874 (Staatsblad II' 946), de boete vrijwillig is voldaan en verklaard is, dat in de verbeurdverklaring wordt berust, verdeeld als volgt:

a. aan den aanbrenger of de aanbrengers VtJ

b. aan den aanhaler of de aanhalers "/t>

c. aan allen, die tot het ontdekken der overtreding en het doen

der aanhaling hebben medegewerkt Vt>

blijvende 1/7 beschikbaar, ten einde daaruit, ter beoordeeling van den hoofdinspecteur der opiumregie, buitengewone belooningen toe te kennen aan personen, die zich ter ontdekking vm overtredingen bijzonder verdienstelijk hebben gemaakt i1).

(2) Het hoofd van gewestelijk bestuur beslist wie als aanbrenger, als aanhaler en als medewerker moeten worden aangemerkt.

(3) Een ieder, die in meer dan één categorie werkzaam is geweest, heeft aanspraak op aandeel uit elke, waarin hij zijne diensten heeft verleend.

(1) De le alinea wordt aldus gelezen ingevolge artikel 1 der ordonnantie van 6 Augustus 1915 (Staatsblad no. 493).

Sluiten