Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

31

die handelingen op eenige .wijze, hoe ook genaamd, desbewust hebben bevorderd, worden gestraft met dezelfde straffen, als tegen den overtreder zijp bedreigd.

Artikel 9 (1).

Jeder, die met het doel om een ander bloot te stellen aan een der straffen, welke bij deze ordonnantie zijn bepaald, onder diens goederen, in diens woning of op diens erf opium, overblijfselen van gerookt opium, eenige der andere in artikel 1 omschreven zaken, of gereedschappen als bedoeld sub ƒ in de eerste alinea van artikel 6, verbergt of nederlegt, of wel doet verbergen of nederleggen, wordt gestraft, indien hij een Europeaan of met dezen gelijkgestelde is, overeenkomstig artikel 326 van het thans nog vigeerend "Wetboek van strafrecht voor Europeanen, en indien hij een Inlander of met dezen gelijkgestelde is, overeenkomstig artikel 328 van het Wetboek van strafrecht voor Inlanders.

Artikel 10.

(1) Dadelijk na aanhaling van opium — daaronder begrepen de zaken, bedoeld in de tweede alinea van artikel 1 — wordt dit, ook indien de eigenaren niet bekend zijn of uit anderen hoofde geen strafvervolging wegens overtreding kan worden ingesteld, onder het ambtszegel van het Hoofd van plaatselijk bestuur en met een afschrift van het proces-verbaal van de aanhaling, waarin de gronden zijn te vermelden, waarop vermeend wordt dat het opium al of niet is gekocht van de regie in Nederlandsch-Indië, waar deze wijze van exploitatie van het Opiummiddel reeds is of nader zal zijn ingevoerd, toegezonden aan den Directeur van de fabriek der Opiumregie. Deze of de Scheikundige bij die fabriek zendt het aangehaalde, tenzij reeds is uitgemaakt, dat geen strafvervolging kan worden ingesteld, verzegeld terug aan het Hoofd van plaatselijk bestuur met eene verklaring, afgegeven, op den eed (belofte) bij den aanvang zijner bediening gedaan, inhoudende, dat het aangehaalde door heni onderzocht is op de bestanddeelen van opium, of die bestanddeelen al dan niet door hem zijn aangetroffen, en in het bevestigend geval of blijkens zijn

(1) Dit artikel is ppgenomen zooals het luidt ingevolge § II van artikel 1 der ordonnantie van 5 Juli 1909 (Staatsblad no. 361).

Sluiten